donderdag 7 juli 2011

Mattheus 11:25-30 Gods wijsheid: verborgen voor wijzen, onthuld aan eenvoudigen

Verkondiging op zondag 3 juli 2011 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam,
door ds. Bas van der Graaf

Orde van dienst
Welkom en mededelingen

Voorbereiding
Intochtslied: Psalm 145:1
Stil gebed
Bemoediging en groet

Lofprijzing en aanbidding
- Psalm 145:2
- Opwekking 381 De zaligheid is van God (band)
- We are one in the Spirit (Op toonhoogte) (band)

Nadering tot God
-Gebed met woorden van Johannes 17: 1-8, 18-23 uitlopend op gebed om vergeving en vernieuwing
-Zingen (band): Opwekking 462 Aan uw voeten
-(Kinderen nevendienst)

Voorbeden
-Presentatie Stefan Dekker
-Toelichting
-Voorbeden

Het Woord van God
-Lied: Psalm 19: 3 en 4(orgel)
-Bijbellezing: -Zacharia 9:9-12
                -Mattheus 11: 25-30
    
-Tekst voor de verkondiging: Mattheus 11:25-30
-Verkondiging, met als thema: Gods wijsheid: verborgen voor wijzen, onthuld aan eenvoudigen


Ons antwoord
Zingen: Gezang 326: 1 en 2 (orgel)

Uitzending Stefan
-Inleiding
-Gebed
-Zegen

Inzameling van de gaven
Zingen: Gezang 257 (orgel)

Zegen


Gemeente, gasten in ons midden,

Er bestaat volgens Jezus een verborgen kennis, die niet zomaar voor iedereen toegankelijk is. Een kennis die onthuld moet worden wil je er bij kunnen. En volgens Jezus bestáát die kennis niet alleen, maar is er ook alle reden om God daar voor te danken. En dat doet hij dan ook, in het stukje wat wij gelezen hebben.

Verborgen kennis. Dat klinkt als of Jezus de grondlegger is van een geheim genootschap, waar alleen een select groepje uitverkorenen wordt ingewijd in wat verder niemand weten kan of weten mag. Verborgen kennis. Dat klinkt liefhebbers van films als The Matrix en allerlei sf-films vertrouwd en als muziek in de oren. En bovendien klinkt het behoorlijk esoterisch en lijken we opeens in de wereld van goeroe's, vage spirituele websites en gidsen te zijn beland. Verborgen kennis. Waar heeft Jezus het over?

Voor ik dat probeer uit te leggen stel ik eerst maar even vast dat Jezus hier een thema aansnijdt wat echt aan de kern van het leven raakt. Want als je er goed over nadenkt draait alles in het leven om de juiste kennis. Zonder kennis kun je je studie niet afmaken, je werk niet doen, je apparaten niet bedienen, de weg niet vinden, risico's niet inschatten, de economische crisis niet bezweren, ziekten niet genezen, olie en gas niet vinden,  een ander niet vertrouwen en, niet te vergeten, niet in God geloven. Maar het punt is: sommige kennis is gewoon toegankelijk en te gebruiken (denk aan een gebruiksaanwijzing). Maar er bestaat een soort kennis waar je ogen en zelfs je hart voor open moeten gaan. Kennis die je wel in je hoofd kunt krijgen zonder er het geheim van in te zien en haar daardoor in je hart te kunnen sluiten. En over dat soort kennis spreekt Jezus hier. Sterker nog: hij dankt zijn Vader dat alle kennis die hij zelf met mensen heeft gedeeld precies dát karakter draagt. Dat het kennis is die voor sommigen verborgen blijft en aan anderen onthuld wordt. Een heel spannend gegeven.

*Laten we eerst eens even precies kijken wat Jezus eigenlijk zegt, in vers 25. Om te beginnen heeft hij het over deze dingen. Wat bedoelt hij daarmee? Uit wat er aan vooraf is gegaan wordt duidelijk dat Jezus hier álles bedoelt wat hij tot nu toe gezegd en gedaan heeft in Galilea. Daar hoort dus een substantieel deel van zijn onderwijs bij -de Bergrede, in hst. 5-7-, maar ook een aantal wonderen en tekenen. Bij elkaar opgeteld was het de boodschap dat het Koninkrijk der hemelen in Jezus nabij is gekomen, vergezeld van de oproep 'bekeer je en geloof het Evangelie'.

Dat is dus het soort kennis wat Jezus deelt met de mensen. Het zijn woorden die worden geïllustreerd met tekenen. Woorden die dus bedoeld zijn om de deur naar Gods Koninkrijk open te zetten, mensen daardoor naar binnen te roepen naar een leven zoals God het bedoeld had, een leven met een geweldig toekomstperspectief. Woorden ook die de vervulling vormen van eerdere woorden, gesproken door Mozes, door profeten, liederendichters en wijsheidsleraars van het Oude Testament. Woorden dus die bedoeld zijn om de geheimen van God te ontsluiten en daar deel aan te geven. Om een kennis aan te reiken die leven geeft, eeuwig leven.

Wat daarbij heel erg fascineert en ook wel verbijstert is, dat deze dingen van meet af aan zoveel verzet oproepen. Vanaf het prilste begin zijn er mensen die sowieso hun twijfels hebben, maar die er al gauw niets van moeten hebben. En het merkwaardige is, dat het vooral de Bijbelgeleerden van die tijd zijn aan wie de boodschap van Jezus niet besteed is. Ze kennen de Bijbel op hun duimpje, leven er in, maar het geheim van Jezus' woorden vatten ze niet of wíllen ze niet vatten. En ondertussen blijken eenvoudigen, de schare die de wet niet kent, precies te snappen waar het om gaat en hun hart te openen. Maar nog fascinerender en misschien verbijsterender is dat Jezus in zijn gebed zegt dat dit deel uitmaakt van het goddelijke plan. De Váder verbergt kennis voor wijzen en onthult kennis aan eenvoudigen.

*Het lijkt me dus van groot belang om goed scherp te krijgen wie Jezus nu precies bedoelt met de 'wijzen en verstandigen' aan de ene kant en de 'eenvoudigen' aan de andere kant.

Ik geloof dat we bij wijzen en verstandigen in elk geval aan twee groepen mogen denken. De eerste groep noemde ik al: degenen die in godsdienstig opzicht wijs worden genoemd, in Jezus' tijd de Farizeeën en Schriftgeleerden. Hún grote probleem was, dat hun godsdienstige kennis hen een gevoel van morele superioriteit had gegeven. Andersgezegd: in feite konden ze zichzelf wel redden en hadden ze de genade van God niet echt nodig. En die hoogmoed maakte hen blind voor het geheim van Jezus, van zijn boodschap en van zijn werk. En zolang ze hoogmoedig bleven, verborg God dat geheim ook nog eens voor hen.

Augustinus noemt in een van zijn preken over onze tekst een andere groep, die van de filosofen en wetenschappers van zijn tijd (filosofie en wetenschap viel grotendeels samen in zijn tijd). Hij zegt: ''In het boek Wijsheid (een voor ons apokrief, maar destijds zeer populair geschrift, vdG)  worden mensen terechtgewezen, die vanuit de schepping niet tot erkenning van de Schepper zijn gekomen. Er staat dat zij dachten dat de sfeer van de planeten, of dat de zon of de maan de beheersers van de wereld, góden waren.' 'Maar let op hoe ook zíj aan de kaak worden gesteld, en hoe juist het is dat ze worden beschuldigd. 'Anderzijds', staat er, 'zijn ook zij niet te verontschuldigen, want als zij in staat zijn zoveel te weten dat zij zich van de wereld een gedachte kunnen vormen, waarom hebben zijn dan niet eerder de Heer ervan gevonden? (Wijsheid 13:8-9). Zij werden ervan beschuldigd hun tijd te verknoeien. Ze wisselden in hun discussies alleen maar van gedachten over de mogelijkheden om de schepping te onderzoeken en haar op een of andere manier te meten. Ze probeerden de loop van de planeten te achterhalen, de afstand tussen de sterren, en de baan van de hemellichamen. Zo wisten ze door bepaalde berekeningen die kennis te vergaren, waarmee ze een zons- of een maansverduistering konden voorspellen. En voorspelden ze er een, dan kwam die ook, precies op de dag waarop zij was voorspeld: op de kop af op het uur en precies zo groot als voorspeld. Wat een ijver! Wat een scherpzinnigheid! Ze probeerden te achterhalen waar de schepper zich bevindt, maar konden hem niet vinden. En ze waren zo dichtbij Hem! Als ze Hem hadden gevonden, zouden ze erachter zijn gekomen hoe dichtbij.'  'Waarom is het dan vreemd, dat datgene waarover Christus zei: U hebt het verborgen voor wijzen en verstandigen, wordt verborgen voor dat soort wijzen dat zich wel met de schepping bezighoudt, maar nalaat de Schepper te zoeken en er dus niet in slaagt hem te vinden.'

Kortom: ook filosofen en wetenschappers leiden volgens Augustinus vaak aan hoogmoed, waardoor ze blind worden voor het geheim.

*Hoogmoed is dus het probleem mensen. Hoogmoed in de zin van: vertrouwen op eigen kennis. Je bijbelkennis, je natuurkundige kennis, je filosofische kennis of wat voor kennis dan ook waarvan je denkt te kunnen leven. En als hoogmoed het probleem is, is nederigheid de remedie. Hoor maar wat Jezus zegt: 'dat u deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld.'

Eenvoudige mensen. Zo vertaalt de NBV het. De HSV vertaalt met jonge kinderen. De NB met onmondigen. Het Griekse woord is moeilijk in één woord te vatten, maar duidelijk is dat het gaat om een aanduiding van nederigheid en afhankelijkheid van God, van innerlijke eenvoud, van kindschap van de hemelse Vader.

En Jezus laat er geen twijfel over bestaan, dat het Gods plan is om de hoogmoedige, menselijke wijsheid te negeren en zich juist aan de nederigen en eenvoudigen bekend te maken. Dat deed Hij al in Israël, de eeuwen door (lees er de Psalmen maar op na), maar dat deed hij op de ultieme manier in de zending van Jezus, zijn Zoon. Alles wat Mattheüs in de eerste 10 hoofdstukken van zijn Evangelie over Jezus heeft geschreven was een regelrechte provocatie geweest aan het adres van de hoogmoedigen, maar balsem voor de ziel van de eenvoudigen. 'Gelukkig wie nederig van hart zijn' had hij ter opening van de Bergrede gezegd, 'want voor hen is het koninkrijk van de hemel.' Dat moet wat geweest zijn voor die groep mensen, waarop door de godsdienstige elite altijd wat werd neergekeken. Dat Jezus hen op het oog had, juist hen, voorál hen, dat zal hen zo goed gedaan hebben. Het raakte hen diep in het hart, opende hun hart en hun ogen.  Maar bovenal zette God de wijsheid van de wereld te kijk toen Jezus stierf aan het kruis en opstond uit de dood. Een kruis als hoogste wijsheid van God. Paulus zal zeggen: de Joden ergeren zich er dood aan, de Grieken vinden het te gek voor woorden, maar eenvoudigen ('niet vele edelen, niet vele wijzen') halen hun hart er aan op en leven er van. (1 Kor. 1:17vv)

*Het komt er dus op aan dat we nederig, eenvoudig zullen worden. Tenminste: als we willen delen in de geheime kennis van God, zoals Jezus die bemiddelt. Augustinus zegt het recht voor zijn raap: 'We moeten dus eenvoudig zijn. Want als we belangrijk willen zijn, zoals die wijzen en verstandigen dus, wordt het ons niet onthuld.' Maar hoe word je eenvoudig? Daar geeft Jezus ook een antwoord op. Een dúbbel antwoord.

Zijn eerste antwoord is: kom naar mij, neem mijn juk op je en leer van mij, dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart. Jezus zegt hier niet anders dan: kies mij uit als je leermeester, dan zal ik je voordoen en leren wat nederigheid is. Neem mijn juk op je. Dat is een joodse uitdrukking voor: de voorschriften van de wet op je nemen. Veel mensen gingen daarvoor te rade bij de Farizeeën en schriftgeleerden, maar de voorschriften die zij hen oplegden waren niet te tillen én vroegen zoveel inspanning dat ze wel hoogmoed in de hand móesten werken. Maar Jezus zegt: mijn lessen, de dingen die ik je opleg maken je juist nederig en afhankelijk van God. Laat mij je leren wat nederigheid is.

Als we tot Jezus gaan leert hij ons nederigheid en zachtmoedigheid. Tot Jezus gaan. Hoe doe je dat? Nou, om te beginnen door aan zijn voeten te gaan zitten en je te laten onderwijzen. Zijn lessen in drinken, opslaan in je hart en er mee gaan oefenen. Maar nederigheid leer je ook door er om te vragen. Augustinus zegt het heel mooi: : 'Bent u dwaas geworden door te beweren dat u wijs bent, zeg dan dat u dwaas bent, en u zult wijs worden. Maar zég het dan ook, zég het, zeg het uit de grond van uw hart. Als u het zegt, gebeurt het ook. En als u het zegt, doe dat dan niet alleen ten overstaan van mensen, maar ook ten overstaan van God.' Dus waar komt het op aan? Op bijbellezen en bidden, steeds opnieuw. In je eigen stille tijd, maar ook samen met anderen, in kleine of grote samenkomsten.

Hoe zit dat met ons? Doen we dat? En hebben wij dat ook geleerd? Is onze hoogmoed al gebarsten, gebroken? En hebben we geleerd wat nederigheid is? U weet waar u wezen moet: bij Jezus, de nederigheid zelf.

*Nederigheid leren we als we tot Jezus gaan en hem als leraar uitkiezen. Dat is is iets wat wíj moeten doen, waar wij ook echt voor moeten kiezen, waar we onze trots voor opzij moeten zetten. Maar uiteindelijk is veel belangrijker wat Jézus dan doet. Dat is het mooie van dit stukje uit het Evangelie: dat het de volle verantwoordelijkheid bij ons legt, maar tegelijkertijd ook de volle verantwoordelijkheid legt bij Jezus. Want in vers 27 dankt Jezus ervoor, dat zijn hemelse Vader hem alles (dus alle kennis, maar ook alle volmacht) heeft toevertrouwd. En aan het slot van het vers zegt hij dan, dat alleen wie de Zoon het wil openbaren kan weten wie de Vader en de Zoon zijn.

Als Jezus niet wil dat wij zien wie hij is en wie zijn Vader is, dan zien we het ook niet. Vaak is dat opgevat als een tekst over uitverkiezing of predestinatie en dan vaak op zo'n manier dat het enorm verlammend werkte. 'Als God mijn ogen niet opent en me niet nederig maakt zal ik het nooit zien.' Maar het bijzondere is nu juist, dat Jezus hier zegt dat hijzélf degene is die het zal openbaren. Hijzelf, degene dus die óók gezegd heeft 'kom tot mij' 'leer van mij'. Dit zijn dus geen woorden om moedeloos van te worden, maar juist woorden om heel veel hoop uit te putten. Als ik aan de voeten van Jezus ga zitten om me door hem te laten onderwijzen, zal hij me leren wat nederigheid is, maar me ook openbaren wie de Vader is en wie Hij zelf werkelijk is.

Stefan, dit zijn ook voor jou heel belangrijke en richtinggevende woorden. Je gaat in Dublin werken met studenten uit allerlei achtergronden, zoals je dat ook hier in Amsterdam al hebt gedaan. Al die ontmoetingen die je zult hebben zijn oefeningen in nederigheid en vertrouwen op Jezus. Sommige van je studenten zullen hoogmoedig zijn door hun vertrouwen op wetenschappelijke kennis. Anderen zullen jou misschien juist weer beschaamd maken door hun nederigheid en afhankelijkheid van Jezus. Maar hoe dan ook: als het er op aankomt gaat erom om samen naar Jezus te gaan, aan zijn voeten te zitten, zodat hij zich kan openbaren.

*Het spreekt al met al niet vanzelf dat we God leren kennen. De grootste belemmering ligt bij ons zelf. Maar Jezus zegt dat hij het ons kan en wil openbaren. Hij kán het, omdat hij daarvoor de volmacht heeft kregen. En hij wil het, omdat hij daarvoor gekomen is. Laten we daarom, in alle nederigheid, aan zijn voeten zitten, om van hem te leren en te delen in het leven met God.

Amen