Posts tonen met het label Liturgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Liturgie. Alle posts tonen

maandag 14 april 2014

De doop als beeld van Goede Vrijdag en Pasen

Pasen is het grote feest van de kerk. Zo groot, dat je er als het er op aankomt geen woorden voor hebt. Zeker als het om de vraag gaat wat Pasen nu eigenlijk voor je eigen leven betekent. En hetzelfde kun je zeggen over Goede Vrijdag.

Ik geloof dat het met Goede Vrijdag en Pasen allereerst om feiten gaat. Gebeurtenissen in het leven van Jezus, bijna twee duizend jaar geleden, in een land ver weg. Jezus vond de dood aan een romeins kruis, nadat hij door zijn eigen volk als valse Messias verworpen was. Na drie dagen kwam de een na de ander vertellen dat het graf leeg was en dat zij of hij Jezus als levende had ontmoet. Hij is opgestaan uit de dood, zeiden ze. En ik geloof ze. Ik geloof dat dit gebeurd is.

Maar raakt wat toen en daar gebeurde mijn leven? Ons leven? Een deelnemer van de bijbelklas die ik geef kon zich dat niet voorstellen. Niet dat het gebeurd was. Maar zelfs als het zo was ook niet dat het verschil zou maken voor haar leven. De afstand in tijd en plaats was eenvoudig te groot voor haar.

Toch geldt dit niet voor iedereen. Op de avond voor Pasen, tijdens de Paaswake, worden in de Jeruzalemkerk vier mensen gedoopt. En op eerste Paasdag spreken drie anderen uit dat ze de doop die ze als kind ondergingen voor hun eigen rekening willen nemen. Ze legden hiervoor allemaal hun eigen weg af – sommigen werden christelijk opgevoed, anderen helemaal niet – maar toen het er op aankwam maakten ze allemaal dezelfde keuze. De keuze om in verbondenheid met Jezus Christus te leven. Waarom? Omdat ze geloven en ervaren dat geloven betekent: sterven en opstaan met hem.  Wat sterft is wat de bijbel noemt ‘het oude leven’: de verlangens en overtuigingen die uiteindelijk niet het leven brengen zoals het bedoeld is. Die een mens ten diepste met een diepe leegte in de ziel achterlaten. Die zo veelbelovend lijken maar toch doodlopen. En wat opstaat is dan ‘het nieuwe leven’: nieuwe gedachten, nieuwe verlangens en overtuigingen je tot je ware bestemming brengen. Die een innerlijke vreugde geven die blijft. Die een weg van leven opent, echt leven.

Degenen die zich in de Paaswake laten dopen zullen helemaal onder water gaan. Kopje onder, met de woorden ‘met Jezus Christus ben je gestorven en begraven’.  En dan, na even onder water te hebben gelegen, begraven in met Jezus, staan ze weer op en als ze boven water komen horen ze ‘… en met hem sta je op in een nieuw leven.’

Het is nu voor het derde jaar op rij dat we in de Paaswake op deze manier nieuwe gelovigen dopen. En ieder jaar ben ik beter gaan begrijpen wat Goede Vrijdag en Pasen met ons leven te maken heeft. Die doop maakt het voor ons allemaal zichtbaar: voor degenen die hem ondergaan, voor degenen die de dag erna hun eigen kinderdoop zullen beamen en voor iedereen die wordt uitgenodigd naar voren te komen om stil te staan bij het water van de doop.

Uiteraard begrijp ik nog steeds niet wat precies het geheim van de dood en opstanding van Jezus is. Als het er op aan komt heb ik er geen woorden voor. Maar bij het water van de doop wéét ik waar het over gaat. Wéét ik dat het over ons, over mij gaat. Jezus is gestorven, begraven en opgestaan. Ook voor ons, ook voor mij!

donderdag 24 oktober 2013

De noodzaak van een gemengde liturgie en liedcultuur

Steeds meer gereformeerde twintigers beleven meer aan de vormen en rituelen uit de Rooms Katholieke en vroegkerkelijke traditie dan aan de hedendaagse praisemuziek, betoogt Bas van der Graaf tijdens een studiedag van Kontekstueel ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van dit tijdschrift.

Mijn uitgangspunt is dat de liturgie en de liedcultuur van een gemeente dienstbaar moeten zijn aan het innen én het uiten van het geloof op het niveau van hoofd, hart en lichaam.
Ik geloof dat dit juist in de gereformeerde traditie altijd beseft is. Door te zingen geeft de gemeente uiting aan het geloof en de geloofervaring, maar int zij het geloof ook. Dat gebeurt op het niveau van het hoofd (we moeten weten wat we zingen) maar ook op het niveau van het hart (we ervaren ook wat we zingen) en zelfs op het niveau van het lichaam (bijvoorbeeld door het ritme). Maar welke liederen zijn daar vandaag werkelijk dienstbaar aan?

Op grond van mijn ervaring in Amsterdam moet ik (zeker ook tot mij spijt) tot de volgende stelling komen: De klassieke liederen van de kerk (Geneefse Psalmen, Gezangen uit het Liedboek) sluiten qua taal en muzikaliteit niet meer aan bij de belevingswereld van steeds meer mensen vandaag en schieten dus tekort met het oog op het in stelling 1 gestelde. Dat is een stevige stellingname en ik ben zeker niet van plan me er zomaar bij neer te leggen, maar hij doet wel recht aan de feiten. Ik zie het voor mijn ogen gebeuren als we zingen: de mond beweegt, maar het hart zit er niet zichtbaar in en of het hoofd wordt aangesproken vraag ik me ook af. Uit wat vooral jonge mensen me vertellen constateer ik op zijn minst dat ze echt moeite hebben om mee te komen in de (muzikale) taal van die liederen. En dat zijn bij ons niet de liederen uit de Oude Berijming, maar die van het Liedboek van de kerken. Uiteraard geldt dit niet voor iedereen, maar ik zie zeker een trend.

Een paar jaar geleden volgde ik een door prof. Kees van de Kooi en Kees van Setten geven cursus over 'gemengde liedculturen'. Zijn voerden daar een pleidooi dat ik sindsdien in mijn hart heb gesloten en in een stelling op tafel leg: In onze tijd is een gemengde liedcultuur nodig, waarbij klassieke liederen worden aangevuld en versterkt door liederen uit andere tradities. Voor het woord mengen werd tijdens de cursus het woord 'blending' gebruikt. Niet in de zin van een 'blender', maar in de zin van het mengen van smaken en geuren op zo'n manier dat ze afzonderlijk te proeven of te ruiken zijn. Willen we vandaag de dag onze gemeenten het geloof door middel van liturgie en lied laten innen én uiten dan zal daarvoor naar een gemengde liturgie moeten worden gezocht. En wereldwijd lijkt die zoektocht juist in protestantse kerken volop gaande. Het is daarbij mijn groeiende overtuiging dat juist een gemengde liturgie een nieuwe generatie kan helpen om zich ook de oude liederen toe te eigenen.

Maar waarmee moet de klassieke liturgie dan gemengd worden? Ik denk in twee richtingen. De eerste: Opwekkingsliederen komen ten dele tegemoet aan het innen en uiten van het geloof voor mensen vandaag en moeten worden aangevuld met onder andere Taizéliederen, Psalmen voor Nu en af en toe een goede popsong. Ik erken hiermee, dat we in een gemeente als de onze (voorlopig?) niet meer om opwekkingsliederen heen kunnen. Ze helpen in elk geval om het geloof te uiten. Toch is ook de bandbreedte van de opwekkingliederen te smal en zijn ook hedendaagse liederen uit een ander register nodig. De genoemde andere liederen helpen ons daarin verder.
De tweede denkrichting ligt in het verlengde hiervan: Steeds meer gereformeerde twintigers beleven meer aan de vormen en rituelen uit de Rooms Katholieke en vroegkerkelijke traditie dan aan de hedendaagse praisemuziek. Ik zeg het met een slag om de arm, maar bij de jongeren die ik in de stad ontmoet is er zeker wat van waar.

Misschien is de situatie in Amsterdam niet vergelijkbaar met veel andere plekken in het land. Maar als ik het goed beluister leeft in alle gemeenten die zich tot de gereformeerde traditie rekenen het diepe verlangen naar een liturgie en liedcultuur die werkelijk dienstbaar is aan het innen en uiten van het geloof. Daar zullen we wat mee moeten.

Dit artikel verscheen eerder in het Nederlands Dagblad

zondag 1 februari 2009

Column 6: Kansen voor klassieke liturgie

(De columns in CV/Koers - nu De Nieuwe Koers -verschenen in 2008-2009)

In de Jeruzalemkerk geloven we, dat onze kerkdiensten het belangrijkste portaal vormen om binnen te komen in de gemeente. Ook de Alpha-Cursus heeft die functie, net als de activiteiten van Juni Kunstmaand, maar we geloven echt dat het toch vooral de kerkdiensten zijn die mensen een laagdrempelige mogelijkheid bieden kennis te maken met de gemeente en het geloof. En dit geldt voor zowel kerkelijke als niet-kerkelijke mensen.

Wanneer je dit gelooft, moet je echter wel goed nadenken over de vorm en de inhoud van je diensten en dat doen wij dan ook voortdurend. Daarbij was het voor ons bijzonder om te ontdekken, dat een dienst met een klassiek-gereformeerde basis inclusief een aantal klassieke elementen als orgel, toga en ambtsdragers in pak in Amsterdam heel wervend kan zijn. Dit was dáárom zo verrassend, omdat veel andere gemeenten juiste geloven dat alleen diensten die geheel op een nieuwe leest geschoeid worden laagdrempelig kunnen zijn.
Nu is het natuurlijk wel zo, dat niet alles bij het oude is gebleven in onze diensten. De belangrijkste vernieuwing is wel, dat we inmiddels bijna iedere zondagmorgen naast orgelbegeleiding ook begeleiding van onze bands (we hebben er, vanwege een overvloed aan talent, inmiddels twee) hebben. Al met al zingen ze we zo allerlei liederen naast elkaar: Psalmen (soms ook in de Oude Berijming), Gezangen, Opwekkingsliederen, Psalmen voor Nu en af en toe een eigen compositie.

Naar mijn diepe overtuiging, is de achterliggende visie daarbij van levensbelang. Want waarom zou je dat eigenlijk zo doen? Om de boel op te leuken? Als een compromis, om de boel bij elkaar te houden? Onze visie komt neer op het volgende. We geloven, dat het in het zingen eerst en vooral gaat om het eren en dienen van God. In het Engels heet dat ‘worship’, een woord waar geen goed Nederlands synoniem voor is, maar wat is afgeleid van ‘worth-ship’. Het gaat dus in het zingen om de ‘waard-ering’ van God. En om dat samen en ieder voor zich echt van harte te kunnen doen, zijn verschillende muzikale stijlen en talen nodig, die elkaar aanvullen. Van musicoloog Cees van Setten leerde ik op een cursus het belang van  ‘blending’: het mengen van stijlen en tradities, waarbij de afzonderlijke elementen proefbaar en herkenbaar blijven maar wel een nieuwe eenheid vormen.


We hebben  de indruk dat veel verschillende mensen in deze liturgie de ruimte vinden om aangesproken te worden en zich te uiten. De klassieke liturgie heeft diepgang en breedte en dat biedt kansen, juist vandaag.