Posts tonen met het label Jeruzalemkerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jeruzalemkerk. Alle posts tonen

donderdag 10 september 2015

Back to basics - Over het het jaarthema 2015/2016 van de Jeruzalemkerk

Inleiding op het jaarthema Back to basics - Op zoek naar eenvoudig christelijk leven

Als je erop gaat letten zie je het overal opduiken: het gevoel terug moeten naar meer eenvoud, naar de essentie, naar authenticiteit, naar duurzaamheid en haalbaarheid. Soms heeft daarbij het verlangen de boventoon, soms het besef van bittere noodzaak. Maar het idee dat we in veel opzichten 'back to basics' moeten is wijdverbreid.

Neem om te beginnen wat we in de samenleving zien gebeuren. Steeds meer mensen raken ervan overtuigd dat de overvloedige welvaart waarin we de afgelopen decennia in het westen geleefd hebben niet houdbaar zal zijn. De bronnen van de aarde zijn eenvoudigweg niet toereikend voor onze leefstijl en een flink deel van onze welvaart bleek te bestaan uit de lucht van veel te dure huizen. En nu steeds meer mensen op de vlucht slaan, door armoede en geweld, wordt het vermoeden alleen maar sterker: we zullen in de loop van de tijd met minder toe moeten. Tegelijkertijd zie je onder jongeren een nieuw verlangen groeien. Het verlangen dat het ook met minder kán. Een verlangen naar eerlijker en simpeler leven. Hier in De Baarsjes stikt het inmiddels van de winkeltjes en initiatieven om eerlijker, duurzamer en simpeler te eten, te drinken, te kleden en te wonen. Of het zo kán zal moeten blijken, maar het verlangen is er.

Maar ook in de kerk groeit het besef dat het in de toekomst eenvoudiger moet. Het kerkelijke instituut, zo zorgvuldig opgebouwd en opgetuigd, brokkelt in hoog tempo af en dreigt zelfs te gaan verdwijnen. De PKN is een bezinning begonnen op 'kerk in 2025' en de uitkomst is voor een deel wel zeker: over 10 jaar zullen er veel minder full time dominees zijn, het bestuursapparaat is verkleind en afgebouwd, veel kerkgebouwen zijn afgestoten en daarvoor in de plaats zijn huisgemeentes en pioniersplekken gekomen. Dat het simpeler moet is pure noodzaak, want de ontkerkelijking gaat door en de oude, trouwe generatie gaat langzaam wegvallen. En toch is er, tegelijkertijd, ook nieuw verlangen. Want zou deze ontwikkeling ons ook niet terug kunnen brengen bij de manier waarop de vroegste christenen kerk waren? Zit er ook niet heel veel kracht in kleine gemeenschappen, huisgemeenten en groepen? En zou de kerk zo niet weer een beweging kunnen worden in plaats van een instituut? Hoe dan ook: Arjan Plaisier, de scriba van de PKN, geeft kleur aan de bezinning door het geloof uit te spreken dat 'back to basics' een noodzaak maar ook een belofte inhoudt.

En wijzelf? Ben ik de enige die af en toe snakt naar een simpeler leven? Minder spullen, minder prikkels, minder o zo belangrijke dingen, minder informatie, minder aandachtsvelden .. ik kan er soms zo naar verlangen. Maar ook simpeler geloven: minder denken en meer gewoon doen, meer stilte en rust bij God, minder vergaderen en meer getuigen, dat soort dingen.

Wat mij betreft hebben we redenen genoeg om als Jeruzalemkerk een jaar aan de slag te gaan met het thema 'back to basics'. Als ondertitel kozen we voor: Op zoek naar een eenvoudig christelijk leven. Die ondertitel vonden we nodig omdat we weer een engelstalig jaarthema hebben, maar dat helaas niet letterlijk te vertalen is. Maar we hebben het ook nodig om de kern van onze zoektocht aan te geven. We gaan op zoek naar de basics van het bijbelse, christelijke geloof, in de hoop dat we daar persoonlijk en kerkelijk door kunnen veranderen en hopelijk ook nog wat overhouden om met de wereld te delen.


Om te beginnen gaan we dan maar eens lezen uit twee bijbelboeken die helemaal over back to basics gaan. De boeken Ezra en Nehemia gaan over de wederopbouw van Jeruzalem, van de tempel en van het leven in Israël ná een periode van ballingschap. Het zijn verhalen van realisme en hoop, maar vooral verhalen vol beloften dat terugkeer naar waar we vandaan kwamen nodig en mogelijk is. Het is een mooi thema, 'back to basics', dat door velen herkend wordt. Dat belooft wat!

woensdag 14 mei 2014

Orthodox en vernieuwend

Bijdrage aan het EO-symposium ‘Kerk in verval .. of in verandering?’.

Het gehele symposium, inclusief deze bijdrage, is te bekijken op:


De Jeruzalemkerk in Amsterdam-West kent een bewogen geschiedenis van verandering, verval en wederopstanding. In de snel veranderende cultuur van de stad en de buurt moest ze zichzelf steeds opnieuw uitvinden, regelmatig balancerend op het randje van de afgrond. Anno 2014 is de Jeruzalemkerk een jonge, vitale maar ook kwetsbare gemeenschap in een dynamische buurt van de stad. Een gemeente die onderweg zaken en mensen verloren is, maar ook telkens weer nieuwe mensen weet te verbinden, de laatste tijd in toenemende mate ook nieuwe gelovigen.

Wat houdt onze gemeenschap staande en gaande op dit moment? Feit is dat we steeds minder kunnen terugvallen op geijkte en vertrouwde kaders. Of het nu gaat om liturgische vormgeving, om de definitie van lidmaatschap en zelfs als het gaat om de leer: op niets van dit alles kunnen we nog vanzelfsprekend terugvallen. Telkens moeten we zoeken naar manieren waardoor mensen zich kunnen verbinden aan Christus en de gemeenschap van zijn leerlingen. Dat dit spannend is en voor sommige mensen bijna ondraaglijke onzekerheid met zich meebrengt hoef ik neem ik aan niet uit te leggen.

Toch zitten we de afgelopen jaren doorgaans niet in de verliesmodus, integendeel. Met vreugde en hernieuwde energie zijn we gaan ontdekken dat al die op het eerste gezicht onzekere factoren ook veel ruimte bieden voor herontdekking van het evangelie en voor de ontmoeting met zoekers die vinders worden. We zijn een soort laboratorium voor de kerk van de toekomst geworden, om een uitdrukking van Stefan Paas te gebruiken.

Het wegvallen van afgebakende buitengrenzen van de gemeente stimuleerde ons om te ontdekken wat ons samenbindt vanuit de kern. Jaren geleden vond ik daarvoor bij Hirsch en Frost, in hun boek The Shaping of Things to Come, een metafoor die prominent in ons beleidsplan terecht is gekomen. In Australië hebben veeboeren vaak enorme kuddes die ze weiden op enorme vlakten. Daarbij is het ondenkbaar de kudde bij elkaar te houden door een hek. Wat ze doen is dit: ze brengen de dieren bij een bron, waar de dieren uit drinken, even vandaan lopen en weer terugkeren. Zo wordt de kudde vanuit de bron bijeen gehouden.

En eigenlijk is dat op dit moment het geheim van onze gemeente. In het hart van de gemeenschap ligt de open bijbel, in alle kwetsbaarheid, als bron van levend water. De bijbel dus, niet een kerkelijke leer of een geijkte visie. De bijbel, die in alle veelkleurigheid aan het woord mag komen. En rondom de bijbel verzamelen zich mensen, in kerkdiensten, in cursussen, op kringen, in persoonlijke gesprekken. Vaak gebeurt dat op de galerij in de kerk, die we inmiddels hebben verbouwt tot ontmoetingsruimte en waar we, bij kaarslicht en met eten ontmoeting organisren. We hebben een bijbelklasje waar 5 a 6 mensen zonder enige kerkelijke achtergrond onbevangen zitten te lezen. We hebben een verdiepingscursus waar zoekers en belijdeniscatechisanten samen optrekken om, volgens het oecumenisch leesrooster, te ontdekken wat de bijbel in hun leven betekent. En in cirkels daaromheen organiseren we  bijvoorbeeld filmavonden voor de buurt waar we 300 aanwezige jonge hippe Amsterdammers dan vrijmoedig uitnodigen om ook eens bijbel te komen lezen wat sommigen nog doen ook.

En op een of andere manier is het gelukt om daar ruimte te scheppen voor heel verschillende mensen. Mensen ervaren ruimte om vanuit hun eigen zoektocht en met hun eigen gedachten te proeven hoe het levende water van de Bijbelse boodschap smaakt. Ruimte om in hun eigen tempo te groeien en tot overgave aan Christus te komen. Niet vrijblijvend, maar ook niet dwingend. Het is de ruimte van de vrijheid in Christus, denk ik.

Misschien is dat wel mijn grootste ontdekking in mijn Amsterdamse jaren. Dat orthodoxie niet gelijk staat aan starre stolling, maar juist ruimte schept voor steeds weer nieuwe mensen om zich te verbinden met Jezus Christus en zijn gemeenschap. In de afgelopen drie jaar lieten 7 nieuwe gelovigen zich dopen in de Paasnacht (door onderdompeling trouwens, omdat dat symbool paste bij de radicaliteit van hun geloofskeuze). Een grotere groep haakte niet af maar bleef of raakte verbonden. Met elkaar proberen we zo te leven in de ruimte die God schept met zijn eigen woorden. Een ruimte die open is naar buiten, met alle kwetsbaarheden en kansen van dien. In die ruimte geloof ik, te midden van alle afval en verandering.


Als ik tenslotte drie adviezen mag geven: schep ruimte, geloof in de kracht van de bijbel en vrees niet op de rand van de afgrond.

woensdag 11 december 2013

Alle-Dag-Kerk in De Baarsjes

(Dit artikel verscheen, op verzoek, in november 2013 in het contactblad van de Alle-Dag-Kerk, aan het Begijnhof).

Vanaf het moment dat ik predikant werd van de Jeruzalemkerk in West heb ik me zeer verbonden gevoeld met de Alle-Dag-Kerk. Toen Ton Bolland me destijds vroeg of ik een paar keer per jaar zou willen voorgaan in de middagpauzediensten heb ik geen moment geaarzeld en ja gezegd. Het idee om op een doordeweekse dag aan mensen in het hartje van Amsterdam de gelegenheid te bieden om het Evangelie te horen is mij uit het hart gegrepen en ik werk er graag aan mee. Het aardige is echter, dat in mijn eigen Jeruzalemkerk in de afgelopen jaren een plan is gerijpt dat, op een heel ander manier, ongeveer hetzelfde beoogt: mensen in De Baarsjes ook op allerlei momenten in de week de gelegenheid bieden in de kerk te zijn en daar iets van het Evangelie te vinden. Het uit die bezinning ontstane project heet Van Boven en ik vertel daar in deze bijdrage graag wat meer over.

De Jeruzalemkerk
Ons kerkgebouw - opgetrokken in de stijl van de Amsterdamse School werd in 1928 geopend. In die jaren werd aan de westkant van Amsterdam een hele nieuwe wijk ontwikkeld en de kerkenraad van de Petruskerk (nu gelegen aan de voet van het kantorenpark van Sloterdijk) besloot dat er ook een kerk moest komen. Onder het motto 'Stad zonder tempel?' werd een financiële actie gestart en toen het geld er was werd Ferdinand Janszen als architect aangesteld.  Hij bedacht twee dingen die tot op de dag van vandaag heel sprekend zijn gebleven. Het eerste was, dat hij in lijn van de naam van de actie het bouwplan van de kerk liet inspireren door de tempel in Jeruzalem. De vorm van het gebouw, maar ook alle symboliek en de glas-in-loodramen getuigen daarvan. Het tweede idee was, dat de kerk aan het omliggende huizenblok en er zelfs een stukje ín moest worden gebouwd. Op die manier moest zichtbaar worden dat God dicht bij de mensen wilde wonen. Het is vooral dit laatste idee geweest dat ons als gemeente telkens weer inspireert om te zoeken naar manier om ons kerkgebouw ook echt een huis van de buurt te laten zijn. Een plek waar mensen graag willen komen, om er iets te beleven wat het gewone leven overstijgt en hen misschien wel op het spoor van God zegt.

Het ontstaan van Van Boven
Twee jonge mannen uit onze gemeente hebben een bouwkundige achtergrond. Samen met hun echtgenotes gingen zij op een bepaald moment met andere ogen naar het gebouw kijken en vroegen zich af of we op één van de galerijen niet een ontmoetingsruimte zouden kunnen creëren, die als een soort huiskamer van de kerk zou kunnen functioneren. Zij gingen dromen en uit die dromen ontstond een concreet plan dat, met steun verschillende partijen tot een verbouwing leidde. Inmiddels is de ruimte klaar en we zijn er enorm gelukkig mee. Het nieuwe project kreeg de naam Van Boven vanwege de fysieke plek maar ook als verwijzing naar het nieuwe Jeruzalem. De glas-in-loodramen in de ruimte verbeelden namelijk de 12 poorten van het nieuwe Jeruzalem, dat van uit de hemel (van boven!) neerdaalt.

De ontwikkeling van het concept
We konden gelukkig ook een creatieve jonge vrouw -Judith Wallis Hoekstra- aantrekken als projectleider en onder haar leiding zijn we gaan broeden op de concrete invulling van het project. Eén ding werd ons als snel duidelijk: we moesten ons niet laten verleiden tot het verzinnen van een programma om dan tegen de mensen te zeggen 'komt dat zien'. Nee, alles wat in de nieuw ontstane ruimte zou ontstaan moest van onder af ontstaan en zoveel mogelijk in samenwerking met mensen van buiten. Ook werd duidelijk dat we ons vooral zouden gaan richten op twintigers en dertigers, omdat juist deze groep zoekt naar plekken als deze en een groot deel van onze gemeente tot die groep behoort. Uiteindelijk bedachten we vijf pijlers onder Van Boven, die hopelijk al gaande de weg een invulling krijgen.

De vijf pijlers
Vijf pijlers van activiteiten dus. Allereerst de pijler onderwijs: daar brengen we onze zoekerscursussen onder. De introductiecursus christelijk geloof (onze eigen variatie op de Alpha Cursus), de verdiepingscursus voor mensen die verder willen groeien en zich wellicht willen laten dopen of belijdenis willen doen en sinds kort ook een Bijbelklas zoals op de Zuid-As. De tweede pijler is 'spiritualiteit': onder die noemer organiseren we in januari een retraitedag rond het thema 'Timemanagement met Benedictus' en bezinnen we ons op laagdrempelige ochtend- of avondgebeden. Dan is er de pijler 'open podium': onder deze noemer vinden huiskamerconcerten plaats, maar ook grote concerten als het Canto Ostinato afgelopen juni. Een bijzonder evenement is een filmavond  in samenwerking met café Cook en een clubje filmliefhebbers die zich CineBaars noemen. Drie avonden hebben we er inmiddels van gehad, elke keer uitverkocht. En op de laatste avond hebben we verteld wie wij zijn en wat we in de aanbieding hebben, wat in elk geval voldoende deelnemers voor een beginnende Bijbelklas opleverde. De vierde pijler is 'meet and eat': hieronder vallen allerlei op ontmoeting gerichte maaltijden, zoals op de dankdag voor gewas en arbeid. Voorafgaand aan de dienst hadden we een dankdagdiner en na de dienst koffie met eigengebakken taart. Het gesprek van de avond was: tel je zegeningen, wat mensen ook heel concreet konden doen . De laatste pijler is 'stille werkplekken: iedere vrijdag kunnen mensen in stilte komen werken bij Van Boven. Tussen de middag is er een gezamenlijke lunch, waar uiteraard het nodige wordt uitgewisseld.

Een beetje Alle-Dag-Kerk
Al met al ontstaan er door Van Boven steeds meer mogelijkheden om de kerk op doordeweekse dagen een ontmoetingsplek voor heel verschillende mensen te laten zijn. In sommige weken is er bijna elke dag iets te doen, wat dan het gevoel geeft van een alle-dag-kerk. We zijn blij met alle ontmoetingen die inmiddels hebben plaatsgevonden en zien uit naar wat God ons in de toekomst wil geven. Van de Alle-Dag-Kerk kunnen we leren dat een open, gastvrije plek rond het Evangelie altijd weer nieuwe mensen binnenbrengt. Wat er de vrucht van is is lang niet altijd na te rekenen, maar we zaaien met goede moed het zaad van het Evangelie. Eén ding staat voor ons rotsvast: alle zegen komt van Boven!

Bas van der Graaf


maandag 18 november 2013

Het Canto Ostinato en de spirituele ruimte van het kerkgebouw

(Deze blog schreef ik juli 2013 voor de website van de Jeruzalemkerk).

Op 21 juni is in de Jeruzalemkerk het Canto Ostinato van Simen ten Holt uitgevoerd door Sandra en Jeroen van Veen. Voor mij ging daarmee een lang gekoesterde wens in vervulling: dit prachtige stuk een keer horen en beleven in 'mijn' eigen kerk.

Ik  zeg horen en beleven, want dat is precies wat er met het Canto gebeurt. In een onafgebroken reeks van pianoklanken werden we meegenomen op een muzikale reis die met geen andere te vergelijken is. Met de cadans van een treinreis word je meegenomen door een veelkleurig en afwisselend landschap. Er gebeurt van alles in je hoofd en in je hart en als de trein na anderhalf uur tot stilstand komt is het of je ontwaakt uit een droom.

Het was voor het eerst dat ik het Canto in de kerk hoorde, in de mij zo vertrouwde Jeruzalemkerk. Vooraf was ik benieuwd wat de ruimte van de kerk zou doen met het stuk en met de hoorders. Want inmiddels heb ik ontdekt dat alles wat in ons kerkgebouw gebeurt op een of andere manier naar een ander niveau wordt getild. Hoe dat werkt is voor mij nog steeds een geheim. Is het de architectuur of is het misschien de geestelijke atmosfeer van jarenlang bidden in deze ruimte?

 Na afloop, tijdens de borrel, kreeg ik de gelegenheid er met verschillende mensen over te spreken. En zij verzekerden me, dat het óók de architectuur maar vooral de 'spirituele ruimte' die zijn werk doet.  En dat woord 'ruimte' moeten we dan in dubbele zin van het woord verstaan. Het leverde mooie gesprekken op, daar in de kerkbankjes met een glas in de hand.

Al met al heeft het Canto Ostinato van 21 juni me opnieuw bevestigd in de betekenis is van ons kerkgebouw.  Het is een ruimte met een geheim!  En als het gebouw nu door zoveel mensen als een geestelijke ruimte wordt ervaren moet ons dat als Jeruzalemkerkgemeente te denken geven over wat onze roeping met dat gebouw is. Hoe kunnen we mensen gelegenheid geven in het gebouw te zijn en daar iets van die ruimte te ervaren? En wat kunnen we doen om vervolgens in gesprek te komen over de betekenis van die ervaring in het licht van het Evangelie?


Ik ben in elk geval dankbaar voor de ervaringen tijdens en na het Canto. Wordt vast vervolgd.

De ruimte van de kerk

(Deze blog schreef ik voor de website van de Jeruzalemkerk)


De afgelopen tijd ben ik veel bezig geweest met het thema 'ruimte'. En dan niet theoretisch, maar heel praktisch. Ik geef twee voorbeelden.

Op 7 november hield ik de eerste Bijbelklasavond bij VanBoven. Met een groepje van drie vrouwen 'van buiten' en één 'van binnen' zijn we de Bijbel gaan verkennen. Twee van de drie deelnemers vroegen toen ze zich opgaven heel nadrukkelijk naar de ruimte die ik hen zou bieden. Dat was voor hen echt een voorwaarde om mee te doen. Ze willen heel graag kennis maken met de Bijbel, daar zoveel mogelijk over horen, maar daar dan ook echt hun eigen gedachten over kunnen vormen.  Als het mijn bedoeling was hen ergens van te overtuigen zou dat voor hen een belemmering zijn om mee te doen. Ik heb hen plechtig beloofd dat dat niet mijn bedoeling is en tot mijn grote vreugde kreeg ik aan het eind van de avond terug dat dit ook niet gebeurd is. Er was dus ruimte.

Een ander voorbeeld. In de afgelopen jaren hebben veel verschillende mensen hun eigen plekje gevonden in het huis van de Jeruzalemkerk. Mensen met verschillende kerkelijke achtergronden, maar ook mensen zonder kerkelijke achtergrond. Die mensen namen natuurlijk allemaal hun eigen gedachten en overtuigingen mee. En telkens weer merk ik hoe spannend dat is, zeker als het om mensen gaat zonder christelijke achtergrond.  Tijdens gesprekken - persoonlijk en in groepjes - word ik telkens weer verrast door het feit dat mensen soms echt heel anders denken dan ik of dan wat in onze kerk vanouds vertrouwd was. En dat roept dan de vraag op: hoe ga ik daar mee om? Ga ik er tegen in? Ga ik in discussie? Of laat ik de Bijbel zijn werk doen en stel ik mezelf bescheiden op? Steeds vaker kies ik voor het laatste. En dat geeft mensen dan ruimte om echt door de Bíjbel te worden aangesproken en niet door de ideeën van de kerk of de dominee.

Ik ben me zeer bewust van het feit dat ruimte geven in de kerk nooit vanzelf spreekt. Op allerlei manieren kunnen we elkaar de maat nemen en in de weg lopen. In die ruimte moeten we ons steeds weer oefenen, allereerst voor onszelf (hoeveel ruimte gunnen we ons zelf eigenlijk?) maar dan ook voor de ander. De kerk is ook wat dat betreft een oefenruimte.

Maar waar gaat het om in dat ruimte geven? In elk geval niet om onverschilligheid of ongelimiteerde vrijheid! Want in het centrum van de ruimte ligt een open Bijbel en die laten we steeds weer aan het woord komen, waardoor de ruimte telkens gevuld wordt met woorden die ons aanspreken, te denken geven, corrigeren of bevestigen. Van dat woord probeer ik dienaar te zijn - wat mij betreft de mooiste naam voor een predikant, dienaar van het Woord - en ik hoop dat iedereen in de kerk dat ook doet.


Die Bijbel in het midden maakt mij telkens weer ontspannen. Het is niet aan mij om mensen te overtuigen, dat moet die Bijbel zelf doen. Alles wat mij te doen staat is: ruimte scheppen, niet in de weg lopen, dienstbaar en onbevangen zijn. Want als de Bijbel niet overtuigt, kan ik het zeker niet.

zaterdag 16 november 2013

Kerktuin in bloei

(Dit stukje verscheen onder de rubriek 'Pleisterplaats' in Kerk in Mokum)

Naast de Jeruzalemkerk ligt een tuin die er jarenlang dor en doods bijlag. Tot een kunstenaarsechtpaar uit de buurt zich er - samen met andere buurtgenoten en kerkleden - over ontfermden. Zij vatten het plan op om te gaan werken aan een eetbare tuin. Vol goede moed begonnen ze om plantjes te zaaien en te poten die de bodem zouden verrijken. En al gaande de weg kwamen er vruchtstruiken, maar ook pompoenen, courgettes en kruiden bij. Nu, na drie jaar is de tuin tot bloei gekomen en plukten we de eerste vruchten, niet in het minst tot vreugde van buurtbewoners. Een mooi voorbeeld van een bloeiend samenwerkingsproject tussen buurt en kerk. En één ding is duidelijk: daarmee gebeurt veel meer dan alleen tuinveredeling!

vrijdag 15 november 2013

Groeten in de buurt

(Deze blog schreef ik voor de website van de Jeruzalemkerk)

Al jarenlang maak ik na lunchtijd een wandeling. Vroeger door de bossen van Hulshorst, daarna door de parken van Gouda en Slotervaart en tegenwoordig door De Baarsjes. Tijdens die wandelingen kom ik uiteraard allerlei mensen tegen. In de bossen en in de parken was het vanzelfsprekend om te groeten. En vanzelfsprekend groette men terug. Tijdens een wandeling in de buurt ligt dat echter anders. Dat mensen elkaar groeten is echt een uitzondering. Iedereen loopt als het ware in een soort cocon, zelfs elkaar aankijken is niet vanzelfsprekend.

Een tijdje geleden dacht ik: wat zou er gebeuren als ik gewoon mensen ga groeten? Ik besloot het te proberen en de eerste ervaringen zijn uiterst interessant. Het leukst reageren de oudere buurtbewoners. Ze geven de indruk het groeten al jaren te hebben opgegeven, vervreemd als ze zijn in hun eigen sterk veranderde buurt. Wanneer ik ze groet is er vaak eerst een lichte verbazing en vervolgens verschijnt er een glimlach en krijg ik een hartelijke groet terug. Het lastigst zijn Turkse en Marokkaanse buurtbewoners. Zij lijken alleen hun eigen mensen te groeten, maar af en toe is er een die de groet beantwoord. Misschien helpt het als ik 'salaam aleikum' zeg, maar dat is ook weer zo wat. Hoe dan ook, tussen genoemd groepen zit een veelkleurig palet van voorbijgangers me een keur aan reacties.

Jane Jacobs schreef eind jaren 50 een boek met de titel Life and death of Great American Cities. Het boek werd een klassieker, omdat het op briljante wijze beschrijft hoe het leven in de stad werkt. Ze geeft er mee een antwoord op de vraag hoe het kan dat veel tuinsteden ontaarden in gevaarlijke en desolate gebieden terwijl dichtbebouwde oude stadswijken (zoals De Baarsjes) telkens weer kunnen opleven. Eén van de factoren blijkt te zijn, dat de straten in oude wijken vanwege het aantal voorbijgangers uitnodigen tot contact, hoe vluchtig ook. En telkens wanneer ik mensen groet en zie wat er dan gebeurt begin ik Jane Jacobs beter te begrijpen.

In veel culturen is groeten een vorm van zegenen. Joden wensen elkaar shalom, vrede, en moslims doen met het woord salaam hetzelfde. In de Alpen begroeten mensen elkaar met Grüss Gott en Hongaren zeggen békesség Istentol, vrede van God. Groeten is zegenen en zegenen is elkaar vrede toebidden. Vergeleken daarbij is de Nederlandse groetcultuur nogal mager. Veel verder dan hoi of dag komen we niet meer. Maar lopend door De Baarsjes ontdek ik dat ook zo'n sobere groet in een stadsbuurt iets van een zegen heeft. Dat oplichtende gezicht van de oudere, de verraste reactie van een jongere doet me vermoeden dat een groet vrede in de buurt brengt. 

Die vrede kan de buurt goed gebruiken.


vrijdag 17 september 2010

Discipelschap 24/7

(De blog verscheen op 17-09-2010 op de site van de Jeruzalemkerk)

In de Jeruzalemkerk gaan we het komende seizoen aan de slag met thema ‘Discipelschap 24/7’. Dit thema is een vertaling van het Engelse ‘whole-life-discipleship’. Er zijn ook andere aanduidingen in omloop – zie internet- maar de essentie is steeds dezelfde: hoe kunnen we in het leven van elk dag en op alle terreinen van het leven leerling van Jezus zijn?

Het thema ‘discipelschap’ is met name voor protestantse stadskerken in de wereld een belangrijk thema geworden. Veel van die stadskerken vertonen ongeveer hetzelfde profiel als de Jeruzalemkerk: ze bestaan voor een groot (en steeds groter) deel uit twintigers en dertigers. 

En juist bij deze leeftijdsgroep blijkt het thema discipelschap goed aan te sluiten. In een artikel in het blad Wapenveld schreef Johan Visser (predikant in Antwerpen) daar over: ‘Het valt me op dat het thema discipelschap of navolging veel aan de orde komt in kringen en kerken waar veel dertigers zijn. Er leeft bij hen een verlangen om het evangelie concreet in onze wereld vandaag te geloven en te leven. De kerk kan een prachtige plek zijn om dat samen te ontdekken en vol te houden. Vorming en concrete prediking is dan belangrijk, maar meer nog het samen gestalte geven aan de zorg voor elkaar en voor de armen en de kwetsbaren. Het samen handen en voeten geven aan de grote woorden en claims van het evangelie is een antwoord  op het verlangen naar authenticiteit in onze cultuur en in het christelijk geloof. Ik denk dat we niet moeten onderschatten hoe essentieel dat is voor de kerk om waarachtig (en missionair) te zijn en voor de christelijke godsdienstoefening. Het is misschien niet evident, maar wel typisch christelijk als een hoogopgeleide samen optrekt met de minste van Christus’ broeders.’

Dit lange citaat verwoordt wat mij betreft zin voor zin wat onze ervaring is in Amsterdam, maar wat ik in de afgelopen maand ook weer tegenkwam in Londen. Eerst was ik er een week in het kader van mijn studieverlof en daarna een lang weekend voor een inspiratiereis met een groep van 15 deelnemers uit de Protestantse Kerk Amsterdam. We bezochten daar een reeks van gemeenten en projecten, grote en kleine, maar allemaal werden ze vooral door dit verlangen gedragen en gemotiveerd: gevormd worden tot discipelschap om zelf ook weer nieuwe discipelen te kunnen maken.

Ik geloof dan ook dat we er goed aan doen om – in het verlengde wat in de afgelopen vier jaar in onze gemeente is gegroeid- nu een jaar te focussen op ‘discipelschap 24/7’.  We doen dat eerst en vooral in de kerkdiensten waar we gewoon het oecumenisch leesrooster volgen, maar per keer steeds de vraag stellen: waar raakt dit aan ons jaarthema? Verdere verdieping hopen we te maken door verschillende van die Bijbelgedeelten ook in kringen te bespreken, dus in Bijbelkringen, groeigroepen en op de verdiepingscursus (vervolg op Alpha). En er zullen meer thematische bijeenkomsten zijn, zoals de Zondagavondgesprekken,  waarin we dit jaar op zoek gaan naar mensen die in de samenleving op topposities christen willen zijn.


Al met al begin ik geïnspireerd en gemotiveerd aan een nieuw seizoen. 

woensdag 22 juli 2009

Column 11: Perspectief voor de kerk en de stad

(De columns in CV/Koers - nu De Nieuwe Koers - verschenen in 2008-2009)

In deze laatste column van mijn hand wil ik iets schrijven over het perspectief van kerk zijn in de stad. Daarbij gaat het me om de vraag, wat we in ons bezig zijn nu eigenlijk mogen hopen en verwachten.

Toen ik in 2003 tijdens een Pastors Weekend in New York kennis maakte met de grootse visie van Tim Keller werd ik meteen gegrepen. Kort gezegd komt zijn visie hier op neer: in een urbaniserende wereld krijgen grote steden steeds meer een sleutelfunctie in de gang van Gods Koninkrijk, christenen en kerken moet zich geroepen weten in de stad te staan en zich niet alleen richten op bekering van individuen maar ook op de transformatie van de cultuur. Een groots perspectief dus, dat mij tot  vandaag inspireert en me bewoog om predikant in de stad te worden. Het is een perspectief dat inmiddels ook nieuwe hoop heeft gegeven aan vele kerken in steden wereldwijd. Een geschenk!

Toch worstel ik er ook wel mee. Hoeveel moois er ook gebeurt in de Jeruzalemkerk en in zoveel andere kerken in Amsterdam: van die cultuurverandering in de stad zie ik nog niet zoveel. Als ik heel nuchter zoek naar een Bijbelse metafoor die het kerkelijk leven van Amsterdam beschrijft dan kom is altijd weer op die van de rest. In de marge van de bruisende stadscultuur is er de rest die de knie niet heeft gebogen voor alle baäls die in Mokum staan opgericht. Het is al heel wat, als die rest niet al te zeer door de stadscultuur wordt beïnvloed en als christenen trouwe discipelen van Jezus Christus blijven. Want dat is óók gebeurd, in de afgelopen jaren en het heeft de kerk in een diepe crisis gebracht.


De kerk als motor van culturele transformatie of de kerk als heilige rest. Het maakt nogal  uit vanuit welk perspectief je werkt. Toch geloof ik niet dat een keuze echt nodig is. Beide perspectieven zijn nodig en inspirerend voor missionair kerkzijn in de stad. Het enige wat we bij die perspectieven niet moeten doen is tellen en rekenen. We weten niet hoe groot de invloed op de cultuur is, maar  mogen eenvoudigweg zoutend zout zijn. We weten niet of we ooit nog meer worden dan een kleine rest, maar we leven maar trouw met wat ons vanuit het Evangelie is toevertrouwd. Het Evangelie biedt perspectief voor de kerk in een urbaniserende wereld. We gaan dat niet  narekenen, maar tellen onze zegeningen.

maandag 22 juni 2009

Column 10: Standvastig meebewegen

(De columns in CV/Koers - nu De Nieuwe Koers - verschenen in 2008-2009)

De twee woorden waaruit de kop van dit stukje bestaat lijken moeilijk met elkaar te verbinden. Toch ervaren we in de Jeruzalemkerk vaak dat dit op één of andere manier toch zal moeten. Zeker als het om ethiek gaat. Als gemeente wil je dan graag standvastig zijn. Maar standvastigheid kan in de stad nooit onbeweeglijkheid betekenen, want dan verliezen we de aansluiting. Het zal dus moeten gaan om standvastig meebewegen. Maar wat betekent dat?

Ik geef een voorbeeld. Als Jeruzalemkerkgemeente weten we ons geroepen om te gaan en te staan voor de Bijbelse waarde van het huwelijk. Juist in Amsterdam, de stad van de vrijheid,  kun je als kerk niet om die roeping heen. Waar om ons heen de seksuele vrijheid wordt beleden en gevierd (met alle zoete en wrange vruchten van dien) valt ons oog telkens op de centrale boodschap van liefde en trouw van het Evangelie. En de eerste reflex is dan vaak dat we allerlei uitingen en levensvormen als onaanvaardbaar typeren  en ons daar voor afschermen. Een logische reactie. Maar de realiteit is wel, dat steeds meer mensen die op onze weg komen – zoekers, maar ook gemeenteleden-  op één of andere manier door de cultuur van deze stad gevormd zijn. In relationeel opzicht is het soms een behoorlijke puinhoop in hun leven en tegen de achtergrond van onzekerheid kiezen steeds meer stellen ervoor eerst maar eens samen te wonen.

In die realiteit merken we dat we niet standvastig kunnen zijn zonder in zekere zin ook mee te bewegen. Zo hebben  we een eerder genomen kerkenraadsbesluit over samenwonen opnieuw overwogen en naar meer ruimte gezocht. Niet om de Bijbelse normen en waarden te relativeren, maar juist om ze ter sprake te kunnen blijven brengen. Dit laatste lukt echter alleen, als we mensen niet bij de poort met een massief standpunt confronteren maar ze tijd te geven om in onze gemeenschap te ontdekken wat op dit punt discipelschap inhoudt.  Uiteraard is dat spannend voor alle betrokkenen, maar iets anders zit er echt niet op. En na een paar jaar werken in deze stad kan ik wel een paar voorbeelden noemen van mooie vruchten op dit beleid.


Nooit eerder was ik zo overtuigd van de diepe betekenis van het Evangelie voor het leven van mensen vandaag. En nooit eerder was ik zo overtuigd van de noodzaak dit Evangelie speelruimte te laten in levens van mensen. Dat vraagt standvastig meebewegen en dat lijkt te kunnen.

vrijdag 22 mei 2009

Column 9: Vragen aan het ambt

(De columns in CV/Koers - nu De Nieuwe Koers - verschenen in 2009-2009)

Missionair gemeentezijn in Amsterdam is een dynamisch gebeuren. Dynamisch vanwege de dynamiek van de stad, maar ook (en vooral) vanwege de dynamiek van de Geest van God. Mensen komen in beweging en dat raakt eigenlijk alles in de gemeente, zoals bijvoorbeeld de ambtsvisie en het leiderschap.

In centrum Westerwijk lopen we bijvoorbeeld tegen het volgende aan. Vanuit de bezoekersgroep van het project ‘Thuiskomen’  begint voorzichtig een nieuwe multiculturele geloofsgemeenschap te ontstaan. Dat stimuleren we ook. Op het moment dat dat gebeurt komen al heel gauw de verzoeken op gang die bij een gemeente horen: verzoeken om de doop, om belijdenis, om de viering van het avondmaal. Dat is een prachtige beweging natuurlijk. Alleen blijkt onze kerkorde niet helemaal op die dynamiek te zijn ingericht. Onze missionaire werker, die in de ogen van zijn gemeenteleden natuurlijk gewoon hun pastor is, is kerkordelijk niet bevoegd om deze handelingen te verrichten. En vooralsnog is er ook geen ruimte om daar dispensatie voor te vragen. Een predikant invliegen is dus de enige optie. Dat kan ook wel, maar één nadeel heeft het wel: sommige gemeenteleden zouden dit wel eens niet kunnen snappen. Nico is toch gewoon hun pastor, die ook met ze bidt en de Bijbel voor ze uitlegt?

In de Jeruzalemkerk is het vooral de vraag naar het ambt zélf die op tafel is gekomen. Past de klassieke ambtstructuur nog wel helemaal bij wat nodig is voor missionair gemeentezijn? Om tegemoet te komen aan de hierboven beschreven dynamiek is in de afgelopen jaar een ministry-structuur ontstaan, waarbij op allerlei werkvelden van het gemeentezijn door even zoveel commissies heel veel werk wordt verzet. Het boeiende daarbij is, dat de commissies onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad vallen, maar al gaande de weg wel steeds meer eigen verantwoordelijkheid krijgen.  En soms vraag je je af: wat is nu eigenlijk nog het wezenlijke verschil tussen de kerkenraad en de ministries? Wat maakt een ambtsdrager anders dan een lid van de commissie eredienst? Al deze vragen hebben we niet gezocht, maar ze kwamen vanzelf op onze tafel terecht.


Nog niet zo lang geleden ontdekte ik, dat in het boek Handelingen vormen en structuren van gemeentezijn eigenlijk altijd een antwoord zijn op de dynamiek van de Heilige Geest. Van statische ambten lijkt al helemaal geen sprake, wel van een veelheid aan diensten  en bedieningen. Diezelfde Geest wil ook vandaag voorop gaan, met de bedoeling onze diensten zich daarnaar voegen. Hoe spannend dat is ervaren wij hier dagelijks.

woensdag 22 april 2009

Column 8: Netwerken

(De columns in CV/Koers - nu de Nieuwe Koers- verschenen in 2008-2009)

Ik ben in een paar jaar tijd een echte netwerker geworden. Dat heeft natuurlijk te maken met wie ik zelf ben, maar toch vooral met de context van de stad. Want het (samen) leven in de stad gebeurt meer en meer netwerksgewijs. Instituten en begrensde gemeenschappen hebben nog best hun betekenis, maar het gebéurt toch vooral in het netwerk. Uiteraard heeft dat allerlei gevolgen voor het kerkelijke leven en de missionaire presentie van onze gemeente.

Om met dat eerste te beginnen: de Jeruzalemkerk wordt steeds meer een knooppunt in een breder netwerk dan een door strak omschreven lidmaatschap gekenmerkte gemeente. Concreet betekent dit, dat de identiteit van de gemeente minder bepaald wordt door de grenzen (wie zijn er buiten en wie zijn er binnen?) dan door de kern (wat is de bron waaruit wij putten?). De gemeente bestaat dus steeds meer uit nogal verschillende mensen, die zich verbonden weten met waar het in de gemeente om gaat (het Evangelie van Jezus Christus!) maar die in de mate van verbondenheid wel verschillen.  En waar we vroeger genoeg hadden aan de twee kerkordelijke categorieën ‘dooplid’ en ‘belijden lid’  gebruiken we nu categorieën als belijdend, betrokken en belangstellend. Zeker als het om die laatste categorie gaat is duidelijk, dat het om een open, netwerkachtige verbinding gaat.

Het interessante van die ontwikkeling is, dat het onderscheid tussen kerkelijke en niet-kerkelijke mensen hiermee op zijn  minst vager is geworden. Wanneer iemand binnen of buiten is blijkt pas na een tijdje achteraf. Maar ondertussen ben je als kerkelijke gemeenschap gewoon met elkaar op weg. Met mensen die al jaar jarenlang betrokken zijn, met christenen uit andere kerken,  met regelmatige bezoekers van een kerkdienst waarvan je niet weet of ze (ergens) lid zijn, met  Alpha-Cursisten maar ook met  kunstenaars en buurtbewoners die nooit in de kerk komen maar toch op een of andere manier betrokken zijn. En zeker als predikant beweeg ik me daar dagelijks in rond, zonder me nog zo bewust te zijn van allerlei (voormalige) grenzen.


Waar dat allemaal toe leidt is natuurlijk wel de vraag, maar ik maak me er maar geen zorgen om. Het Evangelie is altijd in staat gebleken in te gaan in nieuwe culturen en de netwerk-cultuur maakt daarop geen uitzondering. Integendeel zou ik tot nu toe zeggen, want ik ontdek steeds meer hoezeer bijvoorbeeld ook Paulus een echte netwerker was. En saai wordt mijn werk en leven op deze manier natuurlijk nooit!

donderdag 1 januari 2009

Column 5: Kunst in de kerk en kerk in de kunst

(De columns in CV/Koers verschenen in 2008-2008)


Sinds twee jaar doen we als Jeruzalemkerkgemeente mee met Juni Kunstmaand, een initiatief van stadsdeel De Baarsjes. Met deze kunstmaand wil het stadsdeelbestuur kunstenaars in de wijk een platform bieden om zich te presenteren, maar bovenal is de hoop dat het evenement bijdraagt aan de samenhang in de buurt. Inmiddels hebben we in de gemeente een ‘creatief platform’ gevormd, bestaande uit een groep cultureel geïnteresseerde gemeenteleden die het leuk vinden daar wat in te ondernemen.

Het begon allemaal met een vraag van de coördinator van Juni Kunstmaand. Vlak bij de kerk blijkt namelijk een violiste van naam te wonen –Lisa Ferschtman- en zij had aangeboden om in de kunstmaand iets te doen voor de buurt. We organiseerden dus een concert met en rondom haar en ontdekten tot onze vreugde dat de kerk bijzonder geschikt is voor dit soort kleinschalige concerten. Het jaar daarop besloten we het wat groter aan te pakken:  Liza Ferschtman wilde ook graag weer mee doen, nu samen met haar vader en een viertal andere strijkers. Een topconcert! Daarnaast probeerden we op verschillende momenten iets te organiseren dat we meer in eigen hand hadden. Zo was er een poëzieavond, waar een paar (bekroonde) dichters uit de buurt eigen werk voorlazen, afgewisseld met Psalmen voor Nu. En een kunstenaarscollectief deed in de kerk een theatraal project  ‘Eredienst met astronauten’, waarin op een bijzondere wijze de zoektocht naar het transcendente werd verbeeld. Er waren heel spannende momenten bij, maar we merkten dat het mooi is om als kerk een podium te bieden waar geloof en cultuur met elkaar in gesprek raken. In de komende kunstmaand proberen we een en ander nog wat verder uit te bouwen.

Toch kun je de vraag stellen waarom een kerk zich zo met kunst en cultuur zou moeten inlaten.  Toen de wethouder van het stadsdeel mij vroeg wat onze motivatie was om mee te doen, gaf ik vijf redenen. De eerste: wij geloven in de Schepper en goede kunst eert Hem. De tweede:  we willen de schoonheid van ons monumentale kerkgebouw graag delen met de buurt. De derde: er wonen steeds meer mensen uit de creatieve klasse in ons stadsdeel en die hebben we wat te bieden. De vierde: we willen de kerk graag haar kruispuntfunctie  van geloof, cultuur en maatschappij teruggeven. En de vijfde: onze deelname maakt onze gemeente zichtbaar en helpt religieuze zoekers ons te vinden.  De wethouder vond het prachtig!


Onze deelname aan Juni Kunstmaand is een volgend voorbeeld van de manier waarop onze missie wordt gevormd door de context. Ik kan daar erg van genieten!

zaterdag 1 november 2008

Column 4: Kaarsjes in De Baarsjes

(De columns in CV/Koers verschenen in 2008-2009)

Sinds twee jaar volgen we in de Jeruzalemkerk een missionair tweesporenbeleid. Het eerste spoor zetten we uit vanuit ons missionair-diaconale project in wijkgebouw Westerwijk (hierover schreef ik de vorige keer), het tweede spoor proberen we uit te zetten vanuit het kerkgebouw.  Maar waar begin je dan?  Al zoekend groeiden we in de overtuiging  dat het allereerst zou moeten gaan om activiteiten in het kerkgebouw die mensen over de drempel kunnen brengen. En één van de momenten dat dit zou kunnen is natuurlijk het Kerstfeest.

Nu had ik in Gouda een mooie ervaring opgedaan met de kerstnachtdienst. De kerstnachtdienst oude stijl was aan het verlopen en dus besloten we om een heel nieuw concept te beproeven. In kernwoorden:  veel kaarslicht, goede preek, verrassende eigentijdse elementen en PR  naar alle Gouwenaars dat de St. Janskerk op kerstavond  het hart van Gouda is. Binnen twee jaar waren er twee diensten nodig en kwam er heel veel in beweging. Dus ik dacht: zou dit in De Baarsjes ook kunnen?  De kerk is prachtig, hij ligt aan een mooi plein en waarom zou de Jeruzalemkerk op kerstavond niet het hart van De Baarsjes kunnen worden?  We besloten het gewoon te proberen en namen een risico: we bedachten een naam –Kaarsjes in De Baarsjes- , maakten een mooie flyer die we huis-aan-huis bezorgden en verder keken we hoe ver we konden komen met een sfeervolle, zinvolle en eigentijdse dienst. Het was hard werken (en veel bidden) en soms dacht ik: we overspelen onze hand, maar op kerstavond waren we  er klaar voor:  de kaarsjes brandden, de beamers straalden, de muziek  was prachtig en de preek was volgens mij ook wel ok.

En wat we hoopten gebeurde: de mensen kwamen.  Zoveel, dat voor het eerst in 25 jaar de galerijen weer open moesten! Verschillende gemeenteleden hebben daar jaren om gebeden . Wie waren er ? Natuurlijk gemeenteleden,  met hun familie, maar ook veel mensen uit de buurt. Ik sprak verschillende rooms-katholieke buurtbewoners, van wie de kerk inmiddels gesloten was. Ze waren diep ontroerd dat ze weer in De Baarsjes naar de kerk konden.  Later hoorden we, dat velen graag hadden willen komen maar het te laat hoorden.   En wat misschien nog wel belangrijker is:  Kaarsjes in De Baarsjes is nu al een begrip in de buurt, tot vreugde van bijvoorbeeld de stadsdeelraad.


Inmiddels zijn de voorbereidingen voor dit jaar in volle gang. Want vorig jaar was een geschenk dat we graag koesteren.

Column 3: Van missionair-diaconaal project tot gemeentevorming

(De columns in CV/Koers - nu De Nieuw Koers - verschenen in 2009-2009)

Zoals ik al eerder aangaf heeft de Jeruzalemkerk een missionair-diaconaal project in Westerwijk, het wijkbouw van de kerk. Ruim 10 jaar geleden is dat project –in samenwerking met de christelijke gereformeerde kerk De Bron en de IZB- begonnen als een antwoord op de noden in de buurt. Zoals ik al eerder schreef: de buurt kende, mede als gevolg van de instroom van veel nieuwe Nederlanders, een grote sociale nood en dus lag het voor de hand dáár missionair-diaconaal present te zijn.

Onder aanvoering van twee missionaire werkers –Nico van Splunter en Wilma Timmer- werd een veelheid aan activiteiten opgestart, vooral gericht op kinderen en jongeren. Met de kinderen en tieners van 4-17 jaar werd , met behulp van de Rock Solid-programma’s van Youth for Christ, geprobeerd een relatie op te bouwen waarin het Evangelie in woord en daad kan worden doorgegeven.  Tientallen vrijwilligers en stagiaires (bijvoorbeeld van de Christelijke Hogeschool Ede) hebben zich de jaren door ingezet om honderden kinderen en jongeren te bereiken.  Zo groeide Westerwijk uit tot een begrip in de buurt, waarbij de waardering en erkenning van bijvoorbeeld het stadsdeelbestuur met het jaar toenam.  En vooral tijdens de vieringen met Kerst en Pasen werd prachtig zichtbaar wat de vrucht van het werk was:  een zaal vol kinderen en ouders van allerlei achtergrond, etnisch en religieus. Westerwijk is een gebouw geworden waar mensen kunnen ‘Thuiskomen’ (de naam van het project).

In de loop van de tijd werd duidelijk, dat steeds meer jongeren én hun ouders Westerwijk als hun kerk beschouwden.  Steeds vaker kwamen er vragen of er ook Bijbelstudies voor de ouderen konden komen en misschien ook wel diensten. En zo groeide de overtuiging, dat hier wel eens een nieuwe gemeente zou kunnen ontstaan. Een overtuiging, die vanaf het moment dat deze in beleid werd vastgelegd steeds bevestigd werd. Om die kant op te groeien werden er op dinsdagavond maaltijden met Bijbelstudie en kinderprogramma georganiseerd. Al na een jaar kon een volgende stap worden gezet: een maandelijkse viering op zondag.  De eerste doopvragen dienden zich ook al aan en dus kunnen we in zekere zin al spreken van een kerk. Er moet nog veel gebeuren, maar wat er gebeurt is zeer bemoedigend.


Westerwijk begon als een project, geboren uit een roeping die gevoeld werd bij het zien van de nood in de buurt.  Door die roeping te volgen opende God deuren richting een nieuwe gemeente.  Ik geloof dat het zo werkt in Gods Koninkrijk.

woensdag 1 oktober 2008

Column 2: Eén missionaire roeping, twee sporen

(De columns in CV/Koers - De Nieuwe Koers - verschenen in 2008-2009)


Vijftien jaar geleden was De Baarsjes, de wijk waarin de Jeruzalemkerk staat, in veel opzichten op zijn Amsterdams gezegd een nebbish-buurt.  Veel woningen stonden er vervallen bij, er was veel sociale problematiek en je moest niet raar opkijken als iemand zomaar zijn afval uit het raam van de derde verdieping gooide. In die tijd groeide in de gemeente het verlangen een missionair-diaconaal project op te zetten. Vanuit ons wijkgebouw werd kinderwerk opgezet en in de loop van de jaren groeide dat uit tot wat het nu is: een herkenbaar en gewaardeerd project in de buurt.  Een volgende keer vertel ik daar meer over, maar nu alleen dit: dit werk ontstond vanuit de wisselwerking tussen de Bijbelse missionaire roeping en de specifieke context van dat moment.

Inmiddels is De Baarsjes, net als veel andere wijken binnen de ringweg, aan het veryuppen. Een deel van de huurwoningen wordt verkocht, voor snel stijgende prijzen, en de nieuwe bewoners zijn vaak jonge, hoogopgeleide mensen.  De gevolgen worden steeds zichtbaarder:  de buurt knapt op, de Amsterdamse School-gevels stralen weer en er komt hippe horeca, ook aan het plein van de kerk.  Je hoort steeds vaker dat mensen trots zijn op deze buurt.  Een bijzondere ontwikkeling.

Het laat zich raden, dat deze ontwikkelingen ook gevolgen hebben voor de wijze waarop we als Jeruzalemkerk present proberen te zijn in de buurt. Het missionair-diaconaal project is nog steeds heel relevant, maar daarnaast woont er inmiddels een heel andere doelgroep in de wijk. Mensen die welgesteld, creatief en cultureel geïnteresseerd zijn.  Een groep mensen die trouwens overeenkomt met een groeiend aantal leden van de Jeruzalemkerk.

Wat betekent dit voor het missionaire werk? Dat er opnieuw wisselwerking ontstaat tussen die deels nieuwe context en de missionaire roeping die we willen volgen. En dus  zijn we inmiddels een tweede spoor aan het uitzetten, met activiteiten die in en vanuit de in cultureel opzicht bijzondere Jeruzalemkerk plaatsvinden.  Zo hebben we vorig jaar aansluiting gezocht bij de door het stadsdeel georganiseerde Juni Kunstmaand, in een evenement dat het culturele leven in De Baarsjes moet stimuleren. Vorig jaar boden we alleen een podium, dit jaar zijn we veel proactiever op zoek gegaan naar een programma waarin kunst en geloof in gesprek raken.  Heel spannend is dat, maar ook vruchtbaar.


Als kerken in Nederland hebben we één en dezelfde missionaire roeping. Maar hoe het werk vorm krijgt hang helemaal af van de context. Het Evangelie is niet cultuurgebonden!

maandag 1 september 2008

Column 1: Gods lange adem voor Amsterdam-West

(De columns in CV/Koers - nu Nieuwe Koers - verschenen in 2007 en 2008)


In dit blad wordt nogal wat aandacht besteed aan gemeentestichting in de stad. Terecht, want gemeentestichting blijkt een krachtige impuls te hebben gegeven aan het (missionair) kerk-zijn in steden als Amsterdam. Gelukkig zijn er echter ook  opnieuw kansen voor bestaande gemeenten zoals de Jeruzalemkerkgemeente . In september 2006 ben ik daar bevestigd als missionair-gemeentepredikant en in de komende maanden hoop ik enkele van mijn ervaringen te delen.

Eerst maar even kennismaken dus. De Jeruzalemkerk is een prachtig, monumentaal gebouw in de stijl van de Amsterdamse School, een door steeds meer Nederlanders zeer bewonderde bouwstijl. Dit kerkgebouw werd in de jaren twintig gebouwd, tegelijk met de nieuwe wijk die toen werd gebouwd: De Baarsjes, in Amsterdam-West. Deze kerk moest echt een kerk ván en ín de buurt worden, hetgeen zichtbaar werd gemaakt door het gebouw aan en deels in een huizenblok te bouwen. Dit huis van God moest dicht bij de mensen staan, een prachtige  visie dus.

Sinds de opening in 1929 kende de gemeente een bewogen geschiedenis, met als dieptepunt een moment begin jaren zeventig: een vervallen kerkgebouw en nauwelijks meer bezoekers. Sluiting van de kerk dreigde. Op dat moment besloot het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond dat er een doorstart gemaakt moest worden. Gemeentestichting avant la lettre, zeg ik vaak met een knipoog. Dit besluit is in de jaren die volgden rijk gezegend. Achtereenvolgens wisten ds. Van der Sluys en Van Andel zich geroepen in deze gemeente aan het werk te gaan, met geloof, hoop en veel liefde voor de stad. Een bloeitijd volgde, daarna weer een tijd van vergrijzing en vervolgens zette de laatste jaren de verjonging weer in. En in de twee jaar dat ik nu bezig ben, heeft de groei stevig doorgezet.


Ik vind het belangrijk om deze serie columns met een stukje geschiedenis te beginnen. De reden is deze: missionair kerk-zijn in Amsterdam is een dynamisch gebeuren, waarin we op creatieve manieren naar nieuwe wegen moeten zoeken. Dat doen we dan ook. Maar juist in die dynamiek is het ontzettend belangrijk om te beseffen, dat we het ook in de dynamiek van de stad moeten hebben van de trouw van God.  En die trouw van God werd weer weerspiegeld door mensen die ons voorgingen en die  trouw bleven aan de kerk in de stad. De Geest openbaart zich hier als Gods lange adem. Hij heeft blijkbaar nog plannen met dit plekje in West!

donderdag 22 november 2007

Discipelschap

(Deze blog verscheen op 23 november 2007 op de site van de Jeruzalemkerk)

In de het afgelopen jaar is in onze gemeente het thema ‘discipelschap’ komen bovendrijven. In toenemende mate lijkt dit een vruchtbaar thema voor onze bezinning op de vraag hoe we als christenen in de gemeente kunnen worden gevormd voor ons staan in deze stad. Ik geef een paar impressies van ‘werkplaatsen’ rond dit thema

Leeskring Dallas Willard
Voor mij begon het allemaal met een boek. Een boek van een schrijver die ik tot vorig jaar niet kende, maar die in de missionaire literatuur van de laatste tijd regelmatig werd genoemd. De aanbeveling die me raakte en nieuwsgierig maakte was:  ‘De boeken van Dallas Willard hebben mijn leven veranderd’.  Ik kocht daarom een boek van hem, het meestgenoemde: The Divine Conspiracy, een boek over de Bergrede.  Het was alsof er een wereld voor me open ging. Nog nooit eerder – ook bij iemand als Bonhoeffer niet!- had ik zo’n inspirerend boek over navolging en discipelschap gelezen! Ik kocht dus meer boeken van hem, ontdekte dat ze allemaal uit een weer andere invalshoek over discipelschap gaan en begon te merken hoe wat ik las mijn gedachten en mijn hart begon te veranderen. Na bijna een jaar kan ik niet anders zeggen dan dit: de boeken van Dallas Willard hebben ook mijn leven veranderd.
Wat is zijn geheim? Daar is veel over te zeggen. Om te beginnen zijn ze intelligent en helder, dat scheelt al heel veel. Maar belangrijker is, dat ze helemaal geworteld zijn in het onderwijs van Jezus. Het kernthema is: wie is je leraar? Wiens ideeën bepalen werkelijk de richting van je leven? En zou je bereid zijn, om Jezus echt als je leraar te aanvaarden, om door hem alle terreinen van je leven te laten aanraken en veranderen? Wonderlijk is, dat alle thema’s die hij aansnijdt op zich niet nieuw zijn, maar in de wijze waarop hij ze verwoordt en praktisch maakt klinken ze wel als nieuw. En bovenal:  het onderwijs in deze boeken heeft mij – en blijkbaar ook anderen- over verschillende tot nu toe onneembare geestelijke hobbels heengetild. Kortom: ik vind het een ontdekking.
Inmiddels heb ik geprobeerd wat ik ontdekt heb op verschillende momenten te delen in de gemeente en met anderen.  Voor het eerst deed ik dat tijdens de gemeentedagen in mei (zie de preken van hemelvaartsdag en de dag daarna op mijn website) en afgelopen donderdag deed ik het tijdens een leeskring. We lazen daar niet het hiervoor genoemde boek (omdat dit nog niet vertaald is;  is wel onderweg), maar een vertaling van het boek Renovation of the Heart. In het Nederlands heet dat: Heel je ziel en zaligheid. Ik was heel benieuwd hoe de anderen de kennismaking met Willard hadden ervaren en ik was dan ook zeer verheugd te merken dat ze eigenlijk allemaal net zo verrast waren als ik. We hadden een mooi gesprek en concludeerden aan het eind van de avond, dat we het boek nog maar eens herlezen en dan in maart of april weer eens bij elkaar komen. Ondertussen proberen we dan ook anderen aan het lezen te krijgen, om in een grotere groep weer eens te spreken.  Maar het ziet er naar uit, dat we met het thema discipelschap een thema te pakken hebben, dat ons echt verder gaat helpen, voor toerusting van gemeenteleden en voor gesprekken met ‘buitenstaanders’.

Gemeenteavond rond nieuwe beleidsplan
Inmiddels hebben we in de kerkenraad de beslissing genomen, om voor het nieuwe beleidsplan het thema discipelschap tot kernthema te maken. Mattheüs 28: 16-20 is tot kerntekst gekozen, vanwege ‘grote zendingsopdracht’, maar ook vanwege de heldere verwoording van het begrip discipelschap: ‘alles leren onderhouden wat Jezus heeft opgedragen’. In een visiedocument is een en ander verder uitgewerkt en tijdens de gemeenteavond vorige week hebben we hier verder over gesproken. We hadden alle commissies in onze gemeente (wij noemen ze ministries) gevraagd aan de hand van dit visiedocument na te denken over het beleid van de komende paar jaar en over hun aanzetten hebben we in groepjes doorgepraat. Ik denk dat het een mooie avond was, waarop ik de indruk kreeg dat ook hier het thema ‘discipelschap’ begint te leven.  Dit krijgt dus wel een vervolg en hopelijk lukt het ons om heel geconcentreerd te blijven op wat we als roeping zien.

Belijdeniscatechese als discipelschapstraining
Sinds een aantal jaar gebruikte ik voor mijn belijdeniscatechese een opzet die er in bestond dat ik de drie belijdenisvragen in 18 deelthema’s had verdeeld, waar we dan telkens een avond over spraken.  Voor de vakantie besloot ik dit jaar iets nieuws te proberen: een cursus die het thema discipelschap als leidraad en de Bergrede (Mattheüs 5-7) als basis heeft.  Als leerboek gebruiken we The Divine Conspiracy (voor de meesten is het engels te doen, volgend jaar is er hopelijk een vertaling) en tijdens de avonden gebruiken we een werkblad met daarop een stukje uit de Bergrede en verwante teksten uit de hele bijbel. Verder heb ik er tweejarig traject van gemaakt, dat wil zeggen: wie wil kan twee jaar meedoen, ook als hij na één jaar belijdenis deed. Twee mensen hebben daar gebruik gemaakt.

Bevalt het? Ik vind het een openbaring en uit wat ik terughoor zijn we echt met wat goeds bezig.  En steeds denk ik maar weer: waarom ben ik daar toch niet eerder op gekomen. Het ligt zo voor de hand: Jezus als je Leraar. Gelukkig dat ik het alsnog ontdekt heb.