woensdag 22 april 2009

Column 8: Netwerken

(De columns in CV/Koers - nu de Nieuwe Koers- verschenen in 2008-2009)

Ik ben in een paar jaar tijd een echte netwerker geworden. Dat heeft natuurlijk te maken met wie ik zelf ben, maar toch vooral met de context van de stad. Want het (samen) leven in de stad gebeurt meer en meer netwerksgewijs. Instituten en begrensde gemeenschappen hebben nog best hun betekenis, maar het gebéurt toch vooral in het netwerk. Uiteraard heeft dat allerlei gevolgen voor het kerkelijke leven en de missionaire presentie van onze gemeente.

Om met dat eerste te beginnen: de Jeruzalemkerk wordt steeds meer een knooppunt in een breder netwerk dan een door strak omschreven lidmaatschap gekenmerkte gemeente. Concreet betekent dit, dat de identiteit van de gemeente minder bepaald wordt door de grenzen (wie zijn er buiten en wie zijn er binnen?) dan door de kern (wat is de bron waaruit wij putten?). De gemeente bestaat dus steeds meer uit nogal verschillende mensen, die zich verbonden weten met waar het in de gemeente om gaat (het Evangelie van Jezus Christus!) maar die in de mate van verbondenheid wel verschillen.  En waar we vroeger genoeg hadden aan de twee kerkordelijke categorieën ‘dooplid’ en ‘belijden lid’  gebruiken we nu categorieën als belijdend, betrokken en belangstellend. Zeker als het om die laatste categorie gaat is duidelijk, dat het om een open, netwerkachtige verbinding gaat.

Het interessante van die ontwikkeling is, dat het onderscheid tussen kerkelijke en niet-kerkelijke mensen hiermee op zijn  minst vager is geworden. Wanneer iemand binnen of buiten is blijkt pas na een tijdje achteraf. Maar ondertussen ben je als kerkelijke gemeenschap gewoon met elkaar op weg. Met mensen die al jaar jarenlang betrokken zijn, met christenen uit andere kerken,  met regelmatige bezoekers van een kerkdienst waarvan je niet weet of ze (ergens) lid zijn, met  Alpha-Cursisten maar ook met  kunstenaars en buurtbewoners die nooit in de kerk komen maar toch op een of andere manier betrokken zijn. En zeker als predikant beweeg ik me daar dagelijks in rond, zonder me nog zo bewust te zijn van allerlei (voormalige) grenzen.


Waar dat allemaal toe leidt is natuurlijk wel de vraag, maar ik maak me er maar geen zorgen om. Het Evangelie is altijd in staat gebleken in te gaan in nieuwe culturen en de netwerk-cultuur maakt daarop geen uitzondering. Integendeel zou ik tot nu toe zeggen, want ik ontdek steeds meer hoezeer bijvoorbeeld ook Paulus een echte netwerker was. En saai wordt mijn werk en leven op deze manier natuurlijk nooit!

zondag 22 maart 2009

Column 7: Zoekerscursus

(De columns in CV/Koers - nu De Nieuwe Koers - verschenen in 2008-2009)

Een jaar geleden hadden we grote twijfels over de Alpha-Cursus in Amsterdam. En wij niet alleen, ook in onze partnergemeenten van Amsterdam in Beweging voor Jezus Christus leefden die twijfels. Het leek er op, dat het concept van de Alpha-Cursus in Amsterdam niet aansloeg of zijn beste tijd gehad had. Verschillende malen hadden wij de cursus aangeboden, maar het aantal aanmeldingen bleef ver onder de maat van wat je een groep mag noemen.

We besloten dus, om het een tijdje los te laten en ons te gaan bezinnen op nieuwe vormen en wegen. Maar zoals zo vaak in het Koninkrijk van God: op het moment dat wíj loslieten bleek God toch aan het werk. Binnen een tijdsbestek van een paar maanden meldden zich zóveel mensen, dat er een wachtlijstje moest worden gemaakt. En inmiddels is er een tweede cursus van start. Een wonderlijke gang van zaken, die ons ook weer een paar belangrijke geestelijke lessen leerde.

Waar kwamen die mensen opeens vandaan? En wie zijn ze? Opvallend is dat verreweg de meesten jong zijn: twintigers, jonge dertigers. Jonge mensen, met soms een vaag rooms-katholieke achtergrond, maar in veel gevallen ook zonder enige kerkelijke ervaring. Sommigen werden op het spoor gezet door een partner die gelooft (of die intensief op zoek is naar het geloof), sommigen liepen eenvoudig tegen grenzen in hun denken en leefwijze op. Verreweg de meesten zijn hoogopgeleid en stellen dus diepe en intelligente vragen over van alles. Maar duidelijk is wel: ze worden gedreven door geloofsvragen en niet (zoals bij Alpha toch ook wel vaak het geval is) door een verlangen aandacht voor hun persoonlijke problemen of hun eenzaamheid.  In missionair jargon: deze mensen zijn allereerst gericht op believing, pas daarna op belonging.

Toch merkten de leiders van de groep (ook drie jonge mensen) als gauw dat het klassieke Alpha concept niet zonder meer werkte. De bekende maaltijd aan het begin bleek bijvoorbeeld agendatechnisch niet haalbaar en allerlei elementen van het lesmateriaal van Alpha bleken gewoon niet aan te sluiten bij de doelgroep. Al gaande de weg moest dus worden nagedacht over een nieuwe vorm en aanpassing van de inhoud.  Ook hier blijkt de context van Amsterdam medepalend te zijn voor vorm en inhoud van het missionaire werk.


Ondertussen verwonderen we ons over de mooie dingen die God in en aan deze mensen geeft. Duizend en één vragen hebben ze, die je soms in verlegenheid brengen. Maar in de ruimte die geboden wordt om die vragen allemaal te stellen blijkt de Bijbel zeggingskracht te hebben. Wat een voorrecht om daar in mee te werken!

zondag 1 februari 2009

Column 6: Kansen voor klassieke liturgie

(De columns in CV/Koers - nu De Nieuwe Koers -verschenen in 2008-2009)

In de Jeruzalemkerk geloven we, dat onze kerkdiensten het belangrijkste portaal vormen om binnen te komen in de gemeente. Ook de Alpha-Cursus heeft die functie, net als de activiteiten van Juni Kunstmaand, maar we geloven echt dat het toch vooral de kerkdiensten zijn die mensen een laagdrempelige mogelijkheid bieden kennis te maken met de gemeente en het geloof. En dit geldt voor zowel kerkelijke als niet-kerkelijke mensen.

Wanneer je dit gelooft, moet je echter wel goed nadenken over de vorm en de inhoud van je diensten en dat doen wij dan ook voortdurend. Daarbij was het voor ons bijzonder om te ontdekken, dat een dienst met een klassiek-gereformeerde basis inclusief een aantal klassieke elementen als orgel, toga en ambtsdragers in pak in Amsterdam heel wervend kan zijn. Dit was dáárom zo verrassend, omdat veel andere gemeenten juiste geloven dat alleen diensten die geheel op een nieuwe leest geschoeid worden laagdrempelig kunnen zijn.
Nu is het natuurlijk wel zo, dat niet alles bij het oude is gebleven in onze diensten. De belangrijkste vernieuwing is wel, dat we inmiddels bijna iedere zondagmorgen naast orgelbegeleiding ook begeleiding van onze bands (we hebben er, vanwege een overvloed aan talent, inmiddels twee) hebben. Al met al zingen ze we zo allerlei liederen naast elkaar: Psalmen (soms ook in de Oude Berijming), Gezangen, Opwekkingsliederen, Psalmen voor Nu en af en toe een eigen compositie.

Naar mijn diepe overtuiging, is de achterliggende visie daarbij van levensbelang. Want waarom zou je dat eigenlijk zo doen? Om de boel op te leuken? Als een compromis, om de boel bij elkaar te houden? Onze visie komt neer op het volgende. We geloven, dat het in het zingen eerst en vooral gaat om het eren en dienen van God. In het Engels heet dat ‘worship’, een woord waar geen goed Nederlands synoniem voor is, maar wat is afgeleid van ‘worth-ship’. Het gaat dus in het zingen om de ‘waard-ering’ van God. En om dat samen en ieder voor zich echt van harte te kunnen doen, zijn verschillende muzikale stijlen en talen nodig, die elkaar aanvullen. Van musicoloog Cees van Setten leerde ik op een cursus het belang van  ‘blending’: het mengen van stijlen en tradities, waarbij de afzonderlijke elementen proefbaar en herkenbaar blijven maar wel een nieuwe eenheid vormen.


We hebben  de indruk dat veel verschillende mensen in deze liturgie de ruimte vinden om aangesproken te worden en zich te uiten. De klassieke liturgie heeft diepgang en breedte en dat biedt kansen, juist vandaag.

donderdag 1 januari 2009

Column 5: Kunst in de kerk en kerk in de kunst

(De columns in CV/Koers verschenen in 2008-2008)


Sinds twee jaar doen we als Jeruzalemkerkgemeente mee met Juni Kunstmaand, een initiatief van stadsdeel De Baarsjes. Met deze kunstmaand wil het stadsdeelbestuur kunstenaars in de wijk een platform bieden om zich te presenteren, maar bovenal is de hoop dat het evenement bijdraagt aan de samenhang in de buurt. Inmiddels hebben we in de gemeente een ‘creatief platform’ gevormd, bestaande uit een groep cultureel geïnteresseerde gemeenteleden die het leuk vinden daar wat in te ondernemen.

Het begon allemaal met een vraag van de coördinator van Juni Kunstmaand. Vlak bij de kerk blijkt namelijk een violiste van naam te wonen –Lisa Ferschtman- en zij had aangeboden om in de kunstmaand iets te doen voor de buurt. We organiseerden dus een concert met en rondom haar en ontdekten tot onze vreugde dat de kerk bijzonder geschikt is voor dit soort kleinschalige concerten. Het jaar daarop besloten we het wat groter aan te pakken:  Liza Ferschtman wilde ook graag weer mee doen, nu samen met haar vader en een viertal andere strijkers. Een topconcert! Daarnaast probeerden we op verschillende momenten iets te organiseren dat we meer in eigen hand hadden. Zo was er een poëzieavond, waar een paar (bekroonde) dichters uit de buurt eigen werk voorlazen, afgewisseld met Psalmen voor Nu. En een kunstenaarscollectief deed in de kerk een theatraal project  ‘Eredienst met astronauten’, waarin op een bijzondere wijze de zoektocht naar het transcendente werd verbeeld. Er waren heel spannende momenten bij, maar we merkten dat het mooi is om als kerk een podium te bieden waar geloof en cultuur met elkaar in gesprek raken. In de komende kunstmaand proberen we een en ander nog wat verder uit te bouwen.

Toch kun je de vraag stellen waarom een kerk zich zo met kunst en cultuur zou moeten inlaten.  Toen de wethouder van het stadsdeel mij vroeg wat onze motivatie was om mee te doen, gaf ik vijf redenen. De eerste: wij geloven in de Schepper en goede kunst eert Hem. De tweede:  we willen de schoonheid van ons monumentale kerkgebouw graag delen met de buurt. De derde: er wonen steeds meer mensen uit de creatieve klasse in ons stadsdeel en die hebben we wat te bieden. De vierde: we willen de kerk graag haar kruispuntfunctie  van geloof, cultuur en maatschappij teruggeven. En de vijfde: onze deelname maakt onze gemeente zichtbaar en helpt religieuze zoekers ons te vinden.  De wethouder vond het prachtig!


Onze deelname aan Juni Kunstmaand is een volgend voorbeeld van de manier waarop onze missie wordt gevormd door de context. Ik kan daar erg van genieten!

zaterdag 1 november 2008

Column 4: Kaarsjes in De Baarsjes

(De columns in CV/Koers verschenen in 2008-2009)

Sinds twee jaar volgen we in de Jeruzalemkerk een missionair tweesporenbeleid. Het eerste spoor zetten we uit vanuit ons missionair-diaconale project in wijkgebouw Westerwijk (hierover schreef ik de vorige keer), het tweede spoor proberen we uit te zetten vanuit het kerkgebouw.  Maar waar begin je dan?  Al zoekend groeiden we in de overtuiging  dat het allereerst zou moeten gaan om activiteiten in het kerkgebouw die mensen over de drempel kunnen brengen. En één van de momenten dat dit zou kunnen is natuurlijk het Kerstfeest.

Nu had ik in Gouda een mooie ervaring opgedaan met de kerstnachtdienst. De kerstnachtdienst oude stijl was aan het verlopen en dus besloten we om een heel nieuw concept te beproeven. In kernwoorden:  veel kaarslicht, goede preek, verrassende eigentijdse elementen en PR  naar alle Gouwenaars dat de St. Janskerk op kerstavond  het hart van Gouda is. Binnen twee jaar waren er twee diensten nodig en kwam er heel veel in beweging. Dus ik dacht: zou dit in De Baarsjes ook kunnen?  De kerk is prachtig, hij ligt aan een mooi plein en waarom zou de Jeruzalemkerk op kerstavond niet het hart van De Baarsjes kunnen worden?  We besloten het gewoon te proberen en namen een risico: we bedachten een naam –Kaarsjes in De Baarsjes- , maakten een mooie flyer die we huis-aan-huis bezorgden en verder keken we hoe ver we konden komen met een sfeervolle, zinvolle en eigentijdse dienst. Het was hard werken (en veel bidden) en soms dacht ik: we overspelen onze hand, maar op kerstavond waren we  er klaar voor:  de kaarsjes brandden, de beamers straalden, de muziek  was prachtig en de preek was volgens mij ook wel ok.

En wat we hoopten gebeurde: de mensen kwamen.  Zoveel, dat voor het eerst in 25 jaar de galerijen weer open moesten! Verschillende gemeenteleden hebben daar jaren om gebeden . Wie waren er ? Natuurlijk gemeenteleden,  met hun familie, maar ook veel mensen uit de buurt. Ik sprak verschillende rooms-katholieke buurtbewoners, van wie de kerk inmiddels gesloten was. Ze waren diep ontroerd dat ze weer in De Baarsjes naar de kerk konden.  Later hoorden we, dat velen graag hadden willen komen maar het te laat hoorden.   En wat misschien nog wel belangrijker is:  Kaarsjes in De Baarsjes is nu al een begrip in de buurt, tot vreugde van bijvoorbeeld de stadsdeelraad.


Inmiddels zijn de voorbereidingen voor dit jaar in volle gang. Want vorig jaar was een geschenk dat we graag koesteren.

Column 3: Van missionair-diaconaal project tot gemeentevorming

(De columns in CV/Koers - nu De Nieuw Koers - verschenen in 2009-2009)

Zoals ik al eerder aangaf heeft de Jeruzalemkerk een missionair-diaconaal project in Westerwijk, het wijkbouw van de kerk. Ruim 10 jaar geleden is dat project –in samenwerking met de christelijke gereformeerde kerk De Bron en de IZB- begonnen als een antwoord op de noden in de buurt. Zoals ik al eerder schreef: de buurt kende, mede als gevolg van de instroom van veel nieuwe Nederlanders, een grote sociale nood en dus lag het voor de hand dáár missionair-diaconaal present te zijn.

Onder aanvoering van twee missionaire werkers –Nico van Splunter en Wilma Timmer- werd een veelheid aan activiteiten opgestart, vooral gericht op kinderen en jongeren. Met de kinderen en tieners van 4-17 jaar werd , met behulp van de Rock Solid-programma’s van Youth for Christ, geprobeerd een relatie op te bouwen waarin het Evangelie in woord en daad kan worden doorgegeven.  Tientallen vrijwilligers en stagiaires (bijvoorbeeld van de Christelijke Hogeschool Ede) hebben zich de jaren door ingezet om honderden kinderen en jongeren te bereiken.  Zo groeide Westerwijk uit tot een begrip in de buurt, waarbij de waardering en erkenning van bijvoorbeeld het stadsdeelbestuur met het jaar toenam.  En vooral tijdens de vieringen met Kerst en Pasen werd prachtig zichtbaar wat de vrucht van het werk was:  een zaal vol kinderen en ouders van allerlei achtergrond, etnisch en religieus. Westerwijk is een gebouw geworden waar mensen kunnen ‘Thuiskomen’ (de naam van het project).

In de loop van de tijd werd duidelijk, dat steeds meer jongeren én hun ouders Westerwijk als hun kerk beschouwden.  Steeds vaker kwamen er vragen of er ook Bijbelstudies voor de ouderen konden komen en misschien ook wel diensten. En zo groeide de overtuiging, dat hier wel eens een nieuwe gemeente zou kunnen ontstaan. Een overtuiging, die vanaf het moment dat deze in beleid werd vastgelegd steeds bevestigd werd. Om die kant op te groeien werden er op dinsdagavond maaltijden met Bijbelstudie en kinderprogramma georganiseerd. Al na een jaar kon een volgende stap worden gezet: een maandelijkse viering op zondag.  De eerste doopvragen dienden zich ook al aan en dus kunnen we in zekere zin al spreken van een kerk. Er moet nog veel gebeuren, maar wat er gebeurt is zeer bemoedigend.


Westerwijk begon als een project, geboren uit een roeping die gevoeld werd bij het zien van de nood in de buurt.  Door die roeping te volgen opende God deuren richting een nieuwe gemeente.  Ik geloof dat het zo werkt in Gods Koninkrijk.

woensdag 1 oktober 2008

Column 2: Eén missionaire roeping, twee sporen

(De columns in CV/Koers - De Nieuwe Koers - verschenen in 2008-2009)


Vijftien jaar geleden was De Baarsjes, de wijk waarin de Jeruzalemkerk staat, in veel opzichten op zijn Amsterdams gezegd een nebbish-buurt.  Veel woningen stonden er vervallen bij, er was veel sociale problematiek en je moest niet raar opkijken als iemand zomaar zijn afval uit het raam van de derde verdieping gooide. In die tijd groeide in de gemeente het verlangen een missionair-diaconaal project op te zetten. Vanuit ons wijkgebouw werd kinderwerk opgezet en in de loop van de jaren groeide dat uit tot wat het nu is: een herkenbaar en gewaardeerd project in de buurt.  Een volgende keer vertel ik daar meer over, maar nu alleen dit: dit werk ontstond vanuit de wisselwerking tussen de Bijbelse missionaire roeping en de specifieke context van dat moment.

Inmiddels is De Baarsjes, net als veel andere wijken binnen de ringweg, aan het veryuppen. Een deel van de huurwoningen wordt verkocht, voor snel stijgende prijzen, en de nieuwe bewoners zijn vaak jonge, hoogopgeleide mensen.  De gevolgen worden steeds zichtbaarder:  de buurt knapt op, de Amsterdamse School-gevels stralen weer en er komt hippe horeca, ook aan het plein van de kerk.  Je hoort steeds vaker dat mensen trots zijn op deze buurt.  Een bijzondere ontwikkeling.

Het laat zich raden, dat deze ontwikkelingen ook gevolgen hebben voor de wijze waarop we als Jeruzalemkerk present proberen te zijn in de buurt. Het missionair-diaconaal project is nog steeds heel relevant, maar daarnaast woont er inmiddels een heel andere doelgroep in de wijk. Mensen die welgesteld, creatief en cultureel geïnteresseerd zijn.  Een groep mensen die trouwens overeenkomt met een groeiend aantal leden van de Jeruzalemkerk.

Wat betekent dit voor het missionaire werk? Dat er opnieuw wisselwerking ontstaat tussen die deels nieuwe context en de missionaire roeping die we willen volgen. En dus  zijn we inmiddels een tweede spoor aan het uitzetten, met activiteiten die in en vanuit de in cultureel opzicht bijzondere Jeruzalemkerk plaatsvinden.  Zo hebben we vorig jaar aansluiting gezocht bij de door het stadsdeel georganiseerde Juni Kunstmaand, in een evenement dat het culturele leven in De Baarsjes moet stimuleren. Vorig jaar boden we alleen een podium, dit jaar zijn we veel proactiever op zoek gegaan naar een programma waarin kunst en geloof in gesprek raken.  Heel spannend is dat, maar ook vruchtbaar.


Als kerken in Nederland hebben we één en dezelfde missionaire roeping. Maar hoe het werk vorm krijgt hang helemaal af van de context. Het Evangelie is niet cultuurgebonden!